<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xml:lang="nl-NL" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>119055_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2010 inclusief eerste wijziging</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Veghel</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-10-19</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://gvop.overheid.nl ">GVOP</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2010 inclusief eerste wijziging</dcterms:alternative><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights><dcterms:issued>2014-06-26</dcterms:issued><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, Hoofdstuk VI</dcterms:source></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-07-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>artikel 8, eerste lid gewijzigd en artikel 8 tweede lid aangevuld</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>datum: 17-12-2010</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Veghel, </al><al></al><al>gezien het voorstel van 17 december 2010</al><al></al><al>gelet op hoofstuk VI Gemeentewet </al><al></al><al>besluit vast te stellen de navolgende: </al><al></al><al><vet>Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2010 </vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr status="officieel">I</nr><titel status="officieel">Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">1</nr><titel status="officieel"></titel></kop><lid><lidnr status="officieel"></lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al></lid><lid><lidnr status="officieel">a.</lidnr><al>commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr status="officieel">b.</lidnr><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;</al></lid><lid><lidnr status="officieel">c.</lidnr><al>Reisbesluit binnenland: Het Koninklijk Besluit van 1 maart 1993, Stb. 144;</al></lid><lid><lidnr status="officieel">d.</lidnr><al>Reisregeling binnenland: het besluit van de minister van Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr AB93/U280, Stcrt. 56;</al></lid><lid><lidnr status="officieel">e.</lidnr><al>raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder; </al></lid><lid><lidnr status="officieel">f.</lidnr><al>Verplaatsingskostenbesluit 1989: het Koninklijk Besluit van 6 oktober 1989, Stb. 424.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr status="officieel">II</nr><titel status="officieel">Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">2</nr><titel status="officieel">Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, is gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 4 vastgestelde maximum. </al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">3</nr><titel status="officieel">Onkostenvergoeding</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 4, vermeld in tabel II van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, is in afwijking van het eerste lid de onkostenvergoeding gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 4, vermeld in tabel III van het Rechtspositiebesluit raads- en commisseleden. </al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">4</nr><titel status="officieel">Berekening en betaling vaste vergoedingen </titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest. </al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, geschiedt in maandelijkse termijnen. </al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">5</nr><titel status="officieel">Reiskosten</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur vergoed. </al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft: </al></lid><lid><lidnr status="officieel">a.</lidnr><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten;</al></lid><lid><lidnr status="officieel">b.</lidnr><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig de bedragen in artikel 2 van de Reisregeling Binnenland. </al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">6</nr><titel status="officieel">Verblijfkosten</titel></kop><al>De inredelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid vergoed tot ten hogste de bedragen, vastgesteld bij of krachtens het Reisbesluit Binnenland. </al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">7</nr><titel status="officieel">Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente. </al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van belang is in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap. </al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">8</nr><titel status="officieel">Computer en internetverbinding</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Op aanvraag vergoedt het college het raadslid de kosten voor de aanschaf van computerapparatuur. Deze vergoeding bedraagt maximaal €0,01 per jaar.</al><al></al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Op aanvraag vergoedt het college het raadslid de aanleg- en abonnementskosten voor de internetverbinding voor de in het eerste of tweede lid genoemde computerapparatuur. Deze vergoeding bedraagt maximaal €0,01 per jaar.</al><al></al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Het raadslid ondertekent voor de bruikleen een bruikleenovereenkomst met de gemeente. </al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. </al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">9</nr><titel status="officieel">Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing vna die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling. </al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4 aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het raadslid gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964. </al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat ten aanzien van de spaarloonregeling of levensloopregeling geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. </al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">10</nr><titel status="officieel">Fietsregeling </titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge van artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekkign wordt aangemerkt kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Naar keuze van het reaadslid wordt de raadsvergoeding dan wel vaste onkostenvergoeding verminderd met de vergoeding voor de fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling. </al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. </al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">11</nr><titel status="officieel">Verlaging vergoeding werkzaamheden bij arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al>Op aanvraag verlaagt het college de vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, in het geval een raadslid een uitkering ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. </al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">12</nr><titel status="officieel">Compensatie korting werkloosheidsuitkering </titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>In het geval een raadslid een uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die wet onstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van de bedoelde korting. </al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>In het geval een raadslid een uitkering op grond van het Besluit Werkloosheid onderwijs en onderzoekspersoneel ontvangt en de na toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting. </al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">13</nr><titel status="officieel">Extra vergoeding fractievoorzitters</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Naast de vergoeding voor de werkzaamheden ontvangen fractievoorzitters voor de duur van hun voorzitterschap per jaar een toelage gelijk aan 1,2% van de vergoeding op jaarbasis en een toelage gelijk aan 0,4% van de vergoeding op jaarbasis voor elk lid dat de fractie buiten de fractievoorzitter telt. De toelagen tezamen bedragen ten hoogste 6,4% van de vergoeding op jaarbasis. </al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid stelt de voorzitter van de raad vast: </al></lid><lid><lidnr status="officieel">a.</lidnr><al>hoeveel leden een fractie telt;</al></lid><lid><lidnr status="officieel">b.</lidnr><al>de duur van het fractievoorzitterschap. </al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">14</nr><titel status="officieel">Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de raad</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer dan 30 dagen onafgebroken het voorzitterschap van de gemeenteraad waarneemt, ontvangt voor die waarneming een toeslag van 8% van de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden over de tijd van de waarneming. </al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3. </al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">15</nr><titel status="officieel">Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap of ziekte</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>De artikelen 2 tot en met 4, 8 en 9 tot en met 12 blijven van toepassing op het raadslid aan wie ingevolge artikel X10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien verstande dat de onkostenvergoeding die dit raadslid op grond van artikel 3, eerste of tweede lid ontvangt de helft bedraagt van het bedrag dat op grond van die bepaling van toepassing is. </al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>De artikelen 1 tot en met 8 en 11 tot en met 14 van deze verordening zijn van toepassing op raadsleden die tijdelijk worden benoemd ter vervanging van een raadslid dat ingevolge artikel X10 van de Kieswet tijdelijk ontslag heeft verkregen wegens zwangerschap en bevalling of ziekte. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr status="officieel">III</nr><titel status="officieel">Voorzieningen voor commissieleden</titel></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">16</nr><titel status="officieel">Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie en haar subcommissies bedoeld in artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is gelijk aan het door minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 4 vastgestelde maximum.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 94 van de Gemeentewet ontvangt. </al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissie: </al></lid><lid><lidnr status="officieel">a.</lidnr><al>als raadslid of wethouder;</al></lid><lid><lidnr status="officieel">b.</lidnr><al>uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd. </al></lid><lid><lidnr status="officieel">c.</lidnr><al>als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang dient. </al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>De raad kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een hogere vergoeding vaststellen ten aanzien van: </al></lid><lid><lidnr status="officieel">a.</lidnr><al>een lid van een commissie die op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie voor deelname aan haar werkzaamheden is aangetrokken, en </al></lid><lid><lidnr status="officieel">b.</lidnr><al>een lid van een commissie ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en de omvang van de door hem te verrichten arbeid. </al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">17</nr><titel status="officieel">Buitenlandse excursie of reis</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>De raad kan een commissie uit de raad toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. De raad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden. </al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door of vanwege de gemeente georganiseerd. </al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfskosten komen voor rekening van de gemeente. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr status="officieel">IV</nr><titel status="officieel">Betaling van kosten</titel></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">18</nr><titel status="officieel">Betaling van kosten </titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door betaling uit eigen middelen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr status="officieel">V</nr><titel status="officieel">Citeertitel</titel></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">19</nr><titel status="officieel">Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2010.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 3 februari 2011.</al><al></al><al>De raad voornoemd</al><al></al><al>De griffier, </al><al>dr. W. Oosten</al><al></al><al>De voorzitter,</al><al>mr. I.R. Adema </al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>