<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>105849_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Re-integratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Slochteren 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Slochteren</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-12-07</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">'t Bokkeblad, 28 december 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Re-integratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Slochteren 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, artikel 35</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, artikel 35</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-04-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging artikel 2, eerste lid, onderdeel b, toevoeging artikelen 13a en 13b.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011/6001</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>-</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Re-integratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Slochteren 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Slochteren;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 31 mei 2011;</al><al>gezien het advies van het Platform Werk en Inkomen d.d. 22 mei 2011;</al><al>gelet op de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en de Wet werk en bijstand (WWB);</al><al>overwegende dat op grond van artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdelen a, e en f van de WWB-regels dienen te worden gesteld met betrekking tot het ondersteunen bij arbeidsinschakeling en het aanbieden van voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling, zoals bedoeld in artikel 7 van die wet;</al><al>tevens overwegende dat op grond van artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) regels dienen te worden gesteld met betrekking tot het ondersteunen bij arbeidsinschakeling en het aanbieden van voorzieningen, gericht op arbeidsinschakeling, zoals bedoeld in artikel 34 IOAW en artikel 34 IOAZ;</al><al><onderstreept>b e s l u i t :</onderstreept></al><al>vast te stellen de volgende:</al><al>“Re-integratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Slochteren 2011”</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr status="officieel">1.</nr><titel status="officieel">Algemene bepalingen</titel></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">1.</nr><titel status="officieel">Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="b."><al>de IOAW: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="c."><al>de IOAZ: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="d."><al>de Wsw: de Wet sociale werkvoorziening;</al></li><li nr="e."><al>de Anw: de Algemene nabestaandenwet;</al></li><li nr="f."><al>het UWV: het Uitvoeringsorgaan werknemersverzekeringen, zoals bedoeld in de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;</al></li><li nr="g."><al>de belanghebbende: de persoon als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze verordening;</al></li><li nr="h."><al>voorzieningen: de voorzieningen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel a van de wet;</al></li><li nr="i."><al>flankerende voorzieningen: de voorwaardenscheppende regelingen welke het hoofddoel mogelijk maken, dan wel ondersteunen;</al></li><li nr="j."><al>de bijstandsgerechtigde: de persoon, in de leeftijd van 27 tot 65 jaar, die bijstand ontvangt ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan;</al></li><li nr="k."><al>de uitkeringsgerechtigde: de bijstandsgerechtigde, dan wel de gerechtigde tot een uitkering krachtens de IOAW of IOAZ;</al></li><li nr="l."><al>de niet-uitkeringsgerechtigde: de persoon bedoeld in artikel 6, aanhef en onderdeel a, van de wet;</al></li><li nr="m."><al>algemeen geaccepteerde arbeid: iedere vorm van betaalde arbeid, niet zijnde werk in het kader van de Wsw of werk dat gewetensbezwaren oproept;</al></li><li nr="n."><al>duurzame arbeid: algemeen geaccepteerde arbeid, die gedurende ten minste zes maanden wordt verricht en die geen gesubsidieerde arbeid is;</al></li><li nr="o."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Slochteren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de wet, de IOAW, de IOAZ en de Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">2.</nr><titel status="officieel">Doelgroep</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing op de persoon:</al><lijst><li nr="a."><al>als bedoeld in artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de wet;</al></li><li nr="b."><al>als bedoeld in artikel 7, zevende lid, tweede volzin, van de wet;</al></li><li nr="c."><al>gerechtigd tot een uitkering krachtens de IOAW of de IOAZ.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Deze verordening is niet van toepassing op de persoon:</al><lijst><li nr="a."><al>die geen uitkeringsgerechtigde is of die onderwijs of beroepsonderwijs volgt als bedoeld in de Wet studiefinanciering 2000, dan wel het vierde hoofdstuk van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;</al></li><li nr="b."><al>die een kind is als bedoeld in artikel 7, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Algemene kinderbijslagwet;</al></li><li nr="c."><al>die behoort tot de doelgroep zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet investeren in jongeren.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">3.</nr><titel status="officieel">Taak van de gemeente</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor het aanbieden van de naar zijn mening meest geschikte voorzieningen aan de belanghebbende, in het kader van de ondersteuning bij arbeidsinschakeling, gericht op de kortste weg naar duurzame arbeid, of, als dit doel niet haalbaar wordt geacht, bij zelfstandige maatschappelijke participatie.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Ten uitvoering van de in het eerste lid bedoelde zorgplicht stelt het college periodiek beleidsregels vast, waarin op basis van het beschikbare budget wordt aangegeven op welke wijze wordt voorzien in de ondersteuning bij arbeidsinschakeling of zelfstandige maatschappelijke participatie, alsmede welke voorzieningen daartoe in welke mate voor welke groepen belanghebbenden zullen worden ingezet.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Het college bevordert de beschikbaarheid van flankerende voorzieningen die belemmeringen voor toetreding tot de arbeidsmarkt, dan wel tot zelfstandige maatschappelijke participatie, kunnen opheffen of verminderen.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>De voorzieningen die de gemeente in het kader van ondersteuning bij arbeidsinschakeling of zelfstandige maatschappelijke participatie inzet, worden toegekend door middel van een beschikking.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">4.</nr><titel status="officieel">Rechten en plichten van de belanghebbende</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>De belanghebbende is verplicht naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en te aanvaarden.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>De belanghebbende kan aanspraak maken op ondersteuning bij arbeidsinschakeling ten behoeve van de realisatie van de naar het oordeel van het college kortste weg naar duurzame arbeid. Het college bepaalt hoe deze aanspraak wordt ingevuld.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>De belanghebbende, aan wie een voorziening als bedoeld in artikel 7 van deze verordening wordt aangeboden, is verplicht hiervan gebruik te maken.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>De belanghebbende, aan wie een medische keuring wordt aangeboden, is verplicht hiervan gebruik te maken.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">5.</lidnr><al>Onverminderd andere verplichtingen, voortvloeiend uit wet- of regelgeving, gelden voor de belanghebbende die deelneemt of heeft deelgenomen aan een voorziening de verplichtingen:</al><lijst><li nr="a."><al>alle inlichtingen te verstrekken over de passendheid en voortgang van de voorziening, alsmede over de wijzigingen in zijn persoonlijke situatie, die van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de aanspraak op ondersteuning en de noodzaak van voortzetting van de voorziening, daaronder in ieder geval begrepen wijzigingen met betrekking tot de woonplaats, de gezondheidssituatie dan wel arbeidshandicaps of nevenwerkzaamheden dan wel neveninkomsten;</al></li><li nr="b."><al>medewerking te verlenen aan onderzoeken over de inhoud, passendheid, voortgang en uitvoering van de voorziening;</al></li><li nr="c."><al>naar vermogen uitvoering te geven dan wel mee te werken aan de verschillende onderdelen van de voorziening;</al></li><li nr="d."><al>alles na te laten wat de realisatie van het doel van de voorziening belemmert.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">6.</lidnr><al>Indien de belanghebbende zijn verplichtingen, voortvloeiend uit het derde of het vijfde lid, niet nakomt, kan het college besluiten dat zijn aanspraak op verdere voorzieningen vervalt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr status="officieel">2.</nr><titel status="officieel">Nadere bepalingen</titel></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">5.</nr><titel status="officieel">Afstemmingsverordening voor niet-uitkeringsgerechtigden en Anw-ers</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Indien de niet-uitkeringsgerechtigde, dan wel de persoon met een uitkering krachtens de Anw, zich naar de mening van het college onvoldoende inzet of zich niet houdt aan de verplichtingen die aan hem in het kader van de re-integratie zijn gesteld, kan het college besluiten tot terugvordering van de middelen die in het kader van de re-integratie voor de bovengenoemde persoon zijn ingezet.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan het college besluiten gedurende een door het college te bepalen periode geen nieuwe voorzieningen aan te bieden.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">6.</nr><titel status="officieel">Criteria voor ontheffing van de arbeidsplicht</titel></kop><al>Het college stelt met inachtneming van artikel 9, tweede lid, van de wet, artikel 37a van de IOAW en artikel 37a van de IOAZ, in beleidsregels de criteria vast voor de bepaling of aan de belanghebbende tijdelijk gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichtingen, bedoeld in artikel 4, eerste en derde lid van deze verordening, wordt verleend.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">7.</nr><titel status="officieel">Voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het college kan de belanghebbende als bedoeld in artikel 2 van deze verordening begeleiden of laten begeleiden bij het zoeken naar en verwerven van arbeid, alsmede bij het wegnemen van belemmeringen voor arbeidsinschakeling, mits de belanghebbende bij het UWV als werkzoekende staat ingeschreven. Het college geeft in beleidsregels verdere uitwerking aan de soorten voorzieningen en aan de per soort voorziening geldende criteria. Bij deze uitwerking wordt in elk geval aandacht besteed aan de doelgroep per voorziening, aan het doel en de duur per soort voorziening en aan de verplichtingen van de aan de voorziening deelnemende belanghebbende.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>De voorzieningen zijn onder te verdelen in de volgende categorieën:</al><lijst><li nr="a."><al>diagnostische instrumenten;</al></li><li nr="b."><al>motivatie- en activeringsgesprekken;</al></li><li nr="c."><al>kortdurende ondersteuning bij de arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="d."><al>langdurige ondersteuning bij de arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="e."><al>gesubsidieerde arbeid;</al></li><li nr="f."><al>werken met behoud van uitkering, daaronder mede verstaan vrijwilligerswerk;</al></li><li nr="g."><al>sociale activering.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Het college kan ter uitvoering van dit artikel met een belanghebbende als bedoeld in artikel 2 van deze verordening een arbeidsovereenkomst aangaan als bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Op deze arbeidsovereenkomst zijn de bepalingen van artikel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>Het doel van de inzet van voorzieningen is de bevordering van de arbeidsinschakeling, onder andere door middel van het opdoen van werkervaring, het aanleren van vaardigheden en kennis, het opdoen van werkritme, maatschappelijke participatie en de bevordering van sociale zelfredzaamheid.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">5.</lidnr><al>Scholing kan deel uitmaken van de voorzieningen bedoeld in het tweede lid. Het college kan scholing ook als zelfstandige voorziening aanbieden.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">6.</lidnr><al>Het college kan voor de uitvoering van de voorzieningen afspraken maken met derden, waaronder werkgevers en re-integratiebedrijven.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">7a.</nr><titel status="officieel">Startkwalificatie en additionele arbeid</titel></kop><al>Voor zover belanghebbende niet beschikt over een startkwalificatie, wordt binnen zes maanden na aanvang van de onbeloonde additionele werkzaamheden overeenkomstig artikel 10a van de wet, door het college bekeken in hoeverre scholing of opleiding kan bijdragen aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">8.</nr><titel status="officieel">Afweging</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Bij de bepaling van de geschiktheid van de voorzieningen voor de diverse belanghebbenden worden hun mogelijkheden en belemmeringen, alsmede de belangen van de gemeente, tegen elkaar afgewogen. Daarbij houdt het college onder meer rekening met de zorgtaken van alleenstaande ouders jegens hun kinderen en met de situatie op de arbeidsmarkt.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>De alleenstaande ouder met een kind jonger dan twaalf jaar kan, wanneer de zorgtaak als belemmering wordt ervaren, pas deelnemen aan een voorziening als bedoeld in artikel 7 van deze verordening, indien een kinderopvangvoorziening aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Er is geen recht op een voorziening, indien er sprake is van een voorliggende voorziening die naar de mening van het college in voldoende mate bijdraagt aan de re-integratie op de arbeidsmarkt.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>Gekozen wordt voor die voorziening die beschikbaar is en de goedkoopste adequate voorziening is.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">9.</nr><titel status="officieel">Handhaving</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Als de bijstandsgerechtigde belanghebbende zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 4 niet nakomt of niet is nagekomen, verlaagt het college de uitkering conform het bepaalde in de Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand gemeente Slochteren 2008.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Als de belanghebbende die een uitkering krachtens de IOAW of de IOAZ ontvangt zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 4 niet nakomt of niet is nagekomen, verlaagt het college de uitkering conform het bepaalde in de Maatregelenverordening IOAW en IOAZ gemeente Slochteren 2010.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">10.</nr><titel status="officieel">Beëindiging van de voorziening</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het college kan de voorziening beëindigen, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de aan de voorziening deelnemende belanghebbende zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 4 van deze verordening of artikel 9 van de wet niet langer nakomt;</al></li><li nr="b."><al>de aan de voorziening deelnemende belanghebbende niet meer tot de doelgroep als bedoeld in artikel 2 van deze verordening behoort;</al></li><li nr="c."><al>het college de aan de voorziening deelnemende belanghebbende een andere voorziening aanbiedt;</al></li><li nr="d."><al>de aan de voorziening deelnemende belanghebbende neveninkomsten heeft, die naar het oordeel van het college betekenen dat hij in staat is om zonder voorziening een plaats op de arbeidsmarkt te vinden, dan wel te behouden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Onder beëindiging van de voorziening wordt tevens verstaan de opzegging van de dienstbetrekking als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van deze verordening en de beëindiging van de subsidie als bedoeld in artikel 14, tweede lid, van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Na de beëindiging van een voorziening die naar het oordeel van het college niet het beoogde doel heeft gehad, kan het college besluiten enige tijd geen nieuwe voorziening aan belanghebbende aan te bieden.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">11.</nr><titel status="officieel">Premies, onkostenvergoedingen en vrijlating</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het college kan premies verstrekken die tot doel hebben de arbeidsinschakeling te bevorderen.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de premies als bedoeld in het eerste lid. Hierbij wordt aandacht besteed aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten waarvoor de premies kunnen worden verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>de belanghebbenden of instanties aan wie de premies kunnen worden verstrekt;</al></li><li nr="c."><al>de hoogten van de premies, dan wel de wijzen waarop deze hoogten worden bepaald;</al></li><li nr="d."><al>de wijze van aanvragen van de premies en de besluitvorming daaromtrent;</al></li><li nr="e."><al>de voorwaarden voor verstrekking van de premies;</al></li><li nr="f."><al>de gronden voor weigering van de premies;</al></li><li nr="g."><al>de verplichtingen voor de ontvangers van de premies;</al></li><li nr="h."><al>de vaststelling van de premies;</al></li><li nr="i."><al>andere naar het oordeel van het college relevante uitvoeringsaspecten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels met betrekking tot de verstrekking van onkostenvergoedingen in verband met deelname aan een voorziening.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>Het college kan ten aanzien van de bijstandsgerechtigde, conform het bepaalde in artikel 31, tweede lid, aanhef en onderdeel o van de wet, besluiten tot een vrijlating van 25% van de inkomsten uit arbeid, gedurende ten hoogste zes aaneengesloten maanden, met een maximum van het periodiek door de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dienaangaande te publiceren bedrag, mits de arbeid naar het oordeel van het college bijdraagt aan de arbeidsinschakeling.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">11a.</nr><titel status="officieel">Premie additionele arbeid</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het college verstrekt aan uitkeringsgerechtigden die onbeloonde additionele werkzaamheden verrichten conform artikel 10a, zesde lid, van de wet een premie van telkens € 300,00 per zes maanden.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Als de in het vorige lid bedoelde werkzaamheden minder zijn dan 20 uur per week bedraagt de premie de helft van het in het eerste lid genoemde bedrag.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Het recht op premie wordt telkens na zes maanden beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>Het recht op premie wordt geweigerd indien bij de beoordeling blijkt dat de belanghebbende de aan de onbeloonde additionele werkzaamheden verbonden verplichtingen in de voorafgaande zes maanden heeft geschonden.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">5.</lidnr><al>Onverminderd het eerste lid komen ook personen als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet voor een premie in aanmerking indien zij aan alle voorwaarden voldoen.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">11b.</nr><titel status="officieel">Bijdrage inlener</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Indien belanghebbende 18 maanden of meer additionele werkzaamheden heeft verricht kan het college van degene in opdracht van wie hij deze werkzaamheden uitvoert een halfjaarlijkse bijdrage verlangen.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>De bijdrage is gelijk aan de premie als bedoeld in artikel 11a, van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>De bijdrage wordt enkel verlangd voor zover aan belanghebbende de premie als bedoeld in het vorige lid is uitgekeerd.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">12.</nr><titel status="officieel">Betaling</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>De betaling kan geschieden anders dan op rekening van de schuldeiser.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>De betaling kan geschieden aan anderen dan de schuldeiser.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">13.</nr><titel status="officieel">Terugvordering</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het college kan een onverschuldigd betaalde premie of voorziening terugvorderen.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Het college kan het terug te vorderen bedrag bij dwangbevel invorderen.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Het college kan het terug te vorderen bedrag verrekenen met een aan dezelfde premie/voorziening-ontvanger voor dezelfde activiteiten verstrekte subsidie voor een ander tijdvak.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>Terugvordering van een onverschuldigd betaalde premie, voorziening of een voorschot vindt niet plaats voor zover na de dag waarop de voorziening is vastgesteld, dan wel de handeling heeft plaatsgevonden, vijf jaren zijn verstreken.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">5.</lidnr><al>In geval het recht op een verstrekte voorziening is ingetrokken kan deze voorziening worden teruggevorderd indien de voorziening is verleend op basis van valselijk verstrekte gegevens.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2a</nr><titel>Regelingen in verband met de wijzigingen in de WWB en intrekking van de WIJ per 1 januari 2012</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13a</nr><titel>Wijziging betekenis begrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Waar in deze verordening de begrippen ‘alleenstaande’, ‘alleenstaande ouder’ en ‘gezin’ worden gebruikt, hebben deze vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis als in artikel 4 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Waar in deze verordening wordt gesproken over ‘gehuwde(n)’ of ‘gehuwdennorm’ hebben deze begrippen vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis als ‘gezin’ bedoeld in artikel 4, respectievelijk ‘gezinsnorm’, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13b</nr><titel>Afwijkende bepalingen voor jongeren</titel></kop><al>In afwijking van hetgeen in deze verordening is bepaald, kunnen de volgende voorzieningen bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b van de wet niet worden ingezet voor de arbeidsinschakeling van belanghebbenden jonger dan 27 jaar:</al><lijst><li nr="a."><al>onbeloonde additionele arbeid als bedoeld in artikel 10a van de wet;</al></li><li nr="b."><al>de voorzieningen bedoeld in artikel 31, vijfde lid van de wet.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr status="officieel">3.</nr><titel status="officieel">Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">14.</nr><titel status="officieel">Wet inschakeling werkzoekenden en Besluit in- en doorstroombanen</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor de uitvoering van de dienstbetrekkingen als bedoeld in artikel 4 van de voormalige Wet inschakeling werkzoekenden, zoals dit artikel luidde op 31 december 2003. Het college stimuleert de inschakeling in reguliere niet-gesubsidieerde arbeid van de personen met een dienstbetrekking als bedoeld in dit lid.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor de subsidiëring van de arbeidsovereenkomsten als bedoeld in artikel 5, eerste lid van de voormalige Wet inschakeling werkzoekenden en van de dienstbetrekkingen als bedoeld in artikel 6 van het Besluit in- en doorstroombanen, zoals deze artikelen luidden op 31 december 2003. Het college stimuleert de inschakeling in reguliere, niet-gesubsidieerde arbeid van de personen met een arbeidsovereenkomst of dienstbetrekking als bedoeld in dit lid. De hoogte van de subsidie wordt door het college vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>De dienstbetrekkingen en de arbeidsovereenkomsten als bedoeld in de eerste twee leden worden vanaf de inwerkingtreding van de wet beschouwd als voorzieningen in de zin van de wet. Het college kan nadere verplichtingen stellen ten aanzien van de in de eerste twee leden bedoelde subsidiëring.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">15.</nr><titel status="officieel">Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>In gevallen waarin toepassing van deze verordening leidt tot onbillijkheden van overwegende aard, kan het college besluiten tot afwijking van de bepaling in deze verordening.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">16.</nr><titel status="officieel">Overgangsbepaling</titel></kop><al>Op een verplichting tot betaling van een geldsom aan of door een bestuursorgaan, die is vastgesteld of ontstaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, blijft het recht zoals dat gold voor dat tijdstip van toepassing.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">17.</nr><titel status="officieel">Verslag</titel></kop><al>Het college zendt aan de gemeenteraad periodiek een verslag met betrekking tot de uitvoering van deze verordening.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">18.</nr><titel status="officieel">Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Re-integratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Slochteren 2011”.</al></li><li nr="2."><al>De verordening treedt in werking op 21 juli 2011 en per die datum wordt ingetrokken de Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Slochteren 2004.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Vastgesteld in de openbare vergadering van 7 juli 2011. </al><al>De raad voornoemd,</al><al> , voorzitter.</al><al>, griffier.</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>