Organisatie | Vlieland |
---|---|
Organisatietype | Gemeente |
Officiële naam regeling | Ligplaatsenverordening gemeente Vlieland |
Citeertitel | Ligplaatsenverordening gemeente Vlieland |
Vastgesteld door | gemeenteraad |
Onderwerp | ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer |
Eigen onderwerp |
Geen.
Geen.
Datum inwerkingtreding | Terugwerkende kracht tot en met | Datum uitwerkingtreding | Betreft | Datum ondertekening Bron bekendmaking | Kenmerk voorstel |
---|---|---|---|---|---|
06-04-1999 | - | 29-03-1999 | - | ||
06-04-1999 | 01-11-2011 | - | 29-03-1999 Uit het Kastje nummer 15, 10 april 1999 | - |
overwegende, dat het in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente noodzakelijk is regels te stellen met betrekking tot het aanleggen, ligplaats innemen en ankeren van vaartuigen in de openbare wateren van de gemeente,
gezien het voorstel van college van burgemeester en wethouders d.d., 15 maart 1999
Artikel 1 Begripsomschriivingen
Begripsomschriivingen In deze verordening wordt verstaan onder
aanleggen: het afmeren en het vervolgens doen of laten liggen van een vaartuig aan of op de oever, aan de oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor dit doel aangebrachte voorziening of aan een ander vaartuig, gedurende de tijd die daadwerkelijk gebruikt wordt voor een recreatief verblijf op of in de omgeving van het vaartuig;
Het in lid 1 gestelde verbod is niet van toepassing op het innemen van ligplaats: a. met een vaartuig aan een krachtens artikel 13 of bij een geldend bestem mingspla als zodanig aangewezen ligoever dan wel in een bij geldend bestemmingsplan aangewezen haven of andere bij bestemmingsplan aangewezen gelegenheid die bestemd is om een vaartuig onder te bren gen; b. met een vaartuig behorende tot een categorie vaartuigen waarvoor het verbod door burgemeester en wethouders op grond van het gestelde in lid 3, buiten toepassing is verklaard.
De rechthebbende op een vaartuig wordt geacht daarmee gedurende drie achtereenvolgende dagen of gedeelten daarvan op dezelfde plaats te hebben gelegen, indien dat vaartuig op die plaats door een met de uitvoering van de verordening belaste ambtenaar als bedoeld in artikel 16 wordt aangetroffen op enig tijdstip van de eerste van drie dagen en op enig tijdstip van de eerste dag na die drie dagen.
Onverminderd het bepaalde in artikel 3, lid 1 en lid 2, is het de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmede op een plaats aan te leggen, indien burgemeester en wethouders hem schriftelijk hebben medegedeeld, dat zij het, met het oog op de verdeling van de beschikbare aanlegplaatsen, onaanvaardbaar achten dat genoemde rechthebbende aldaar nog langer aanlegt.
Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee te ankeren in een rietkraag of op een afstand van minder dan 5 meter vanuit een rietkraag, in een krachtens artikel 14 als zodanig aangewezen water of op een afstand van minder dan 5 meter vanuit een krachtens artikel 14 als zodanig aangewezen oever.
Artikel 7 Ontheffing/vergunning
De aanvraag voor een ontheffing, als bedoeld in de artikelen 2 lid 4, 3 lid 2, 5 lid 3 en 6 lid 3, alsmede een aanvraag tot wijziging, aanvulling of intrekking van aan een vergunning of ontheffing verbonden voorschriften, dient bij burgemeester en wethouders te worden ingediend door gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door burgemeester en wethouders wordt vastgesteld.
Het is verboden te handelen in strijd met een aan een ontheffing of vergunning verbonden voorschrift.
Artikel 9 Aanleggen bij particulieren
Het is verboden aan een niet bij de overheid in beheer en onderhoud zijnde wal of kade met een vaartuig aan te eggen tegen de duidelijk kenbaar gemaakte wil van de rechthebbende, gebruiker of beheerder van die wal of kade.
met een vaartuig van een bij de gemeente in beheer en onderhoud zijnde vaart, haven, kade, wal of beschoeiing, ten aanzien van het gebruik maken waarvan burgemeester en wethouders een door aan het water geplaatst bod kenbaar gemaakte beperkingen hebben vastgesteld, gebruik te maken in strijd met bepalingen, door dat college aan die beperking verbonden.
Artikel 12 Innemen ligplaats of varen
De schipper, eigenaar of gebruiker van een vaartuig, die in de gemeente ligplaats inneemt of vaart is verplicht zich hierbij te gedragen naar de aanwijzingen van de met het toezicht op de bij de gemeente in beheer of onderhoud zijnde vaart, haven, kade, wal of beschoeiing belaste ambtenaar.
Artikel 14 Procedure m.b.t. de aanwijzing van oevers en/of wateren waar het verboden is aan te leggen, te ankeren, of te varen
Overtreding van een in deze verordening neergelegde verbodsbepaling wordt bestraft met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie.
Artikel 16 Toezicht op de naleving van de verordening
Met het toezicht op de naleving van deze verordening zijn belast, behalve de in artikel 141 van het Wetboek van Strafverordening genoemde ambtenaren, de door burgemeester en wethouders aan te wijzen ambtenaren der gemeente.
De bepalingen van deze verordening gelden niet voorzover de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement en de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken van toepassing is.
Een ontheffing van een verbodsbepaling als bedoeld in artikel 2 lid 4, 3 lid 3, 5 lid 3 en 6 lid 3 van de Ligplaatsenverordening Friesland wordt, voorzover het respectievelijk in artikel 2 lid 1, 3 lid 1, 5 lid 1, 5 lid 2 of 6 lid 2 van deze verordening bedoelde verbod van toepassing is, geacht een ontheffing te zijn van het verbod vervat in artikel 2 Fd 4, 3 lid 3, 5 lid 3 of 6 lid 3 van deze verordening. De ontheffing blijft met de daaraan verbonden voorschriften van kracht tot op het moment dat in de ontheffing zelf is bepaald.