Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Opsterland

Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opsterland houdende regels omtrent aanwijzen belastingplichtige Beleidsregels aanwijzen belastingplichtige Opsterland 2018

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieOpsterland
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBeleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opsterland houdende regels omtrent aanwijzen belastingplichtige Beleidsregels aanwijzen belastingplichtige Opsterland 2018
CiteertitelBeleidsregels aanwijzen belastingplichtige Opsterland 2018
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt de Beleidsregels belastingen 2013.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 1 Verordening onroerendezaakbelastingen
  2. artikel 3 Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten
  3. artikel 11 Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten
  4. artikel 3 Verordening rioolheffing
  5. artikel 2 Verordening precariobelasting
  6. artikel 2 Verordening reclamebelasting
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-03-201801-01-2018nieuwe regeling

20-02-2018

Gemeenteblad 2018, 42545

2017-30963

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie  2018

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opsterland;

 

Gelet op het bepaalde in:

 

  • -

    artikel 1 van de “Verordening onroerendezaakbelastingen”;

  • -

    artikel 3 en artikel 11 van de “Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten”;

  • -

    artikel 3 van de “Verordening rioolheffing”;

  • -

    artikel 2 van de “Verordening precariobelasting”;

  • -

    artikel 2 van de” Verordening reclamebelasting”;

     

besluit vast te stellen de volgende:

 

Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie  2018

1. Inleiding

In sommige gevallen brengen de wettelijke regels met zich dat meer personen belastingplichtig zijn voor één belastingobject (onroerende of roerende zaak, perceel).

 

In de gevallen waarin dat voorkomt, mag de aanslag ten name van één van de belastingplichtigen worden gesteld. In deze gevallen wordt een voorkeursvolgorde gehanteerd bij de aanwijzing van de belastingplichtige die de aanslag op zijn of haar naam krijgt.

 

Deze voorkeursvolgorde is gebaseerd op veronderstelde betaalcapaciteit en doelmatige c.q. doeltreffende heffing en invordering en wordt toegepast voor zover de gegevens voorhanden of te achterhalen zijn. De in de voorkeursvolgorde neergelegde criteria bevatten geen limitatieve opsomming. Het zijn richtlijnen voor de meest voorkomende gevallen.

2. Voorkeursvolgorde

  • 1.

    Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen die worden geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt, indien er met betrekking tot één roerende of onroerende zaak verschillende categorieën genothebbenden zijn, de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

    • 1.1

      de beperkt gerechtigde, waarbij de volgende voorkeursvolgorde geldt:

      • 1.1.1

        de vruchtgebruiker c.q. gerechtigde krachtens recht van gebruik en bewoning;

      • 1.1.2

        de opstaller, met uitzondering van degene die een afhankelijk opstalrecht, dan wel een opstalrecht ten behoeve van de aanleg en het onderhoud van onder- of bovengrondse leidingen heeft;

      • 1.1.3

        de erfpachter dan wel de beklemde meier;

    • 1.2

      de eigenaar of de appartementsgerechtigde;

    • 1.3

      degene die op andere wijze als genothebbende naar voren komt, daaronder begrepen de bezitter.

  • 2.

    Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen die worden geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

    • 2.1

      indien er binnen één categorie genothebbenden personen zijn die volgens de beschikbare gegevens in Opsterland wonen of gevestigd zijn:

      • 2.1.1

        degene die ook als gebruiker wordt aangemerkt;

      • 2.1.2

        degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft;

      • 2.1.3

        een natuurlijk persoon boven een niet-natuurlijk persoon;

      • 2.1.4

        bij gelijke aandelen de oudste in leeftijd;

      • 2.1.5

        degene die bij het team OWO/BVI als genothebbende of gebruiker bekend is;

      • 2.1.6

        de eerstgerechtigde in de volgorde die de basisregistratie kadaster aanhoudt;

    • 2.2

      indien er binnen één categorie genothebbenden geen personen zijn die volgens de beschikbare gegevens in Opsterland wonen of gevestigd zijn, maar wel personen die volgens de beschikbare gegevens elders in Nederland wonen of gevestigd zijn:

      • 2.2.1

        degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft;

      • 2.2.2

        een natuurlijk persoon boven een niet-natuurlijk persoon;

      • 2.2.3

        bij gelijke aandelen de oudste in leeftijd;

      • 2.2.4

        degene die bij het team OWO/BVI als genothebbende of gebruiker bekend is;

      • 2.2.5

        de eerstgerechtigde in de volgorde die de basisregistratie kadaster aanhoudt;

    • 2.3

      indien er binnen één categorie genothebbenden geen personen zijn die volgens de beschikbare gegevens in Nederland wonen of gevestigd zijn, maar wel personen die volgens de beschikbare gegevens in het buitenland wonen of gevestigd zijn:

      • 2.3.1

        degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft;

      • 2.3.2

        degene die bij het team OWO/BVI als genothebbende of gebruiker bekend is;

      • 2.3.3

        de eerstgerechtigde in de volgorde die de basisregistratie kadaster aanhoudt.

  • 3.

    Met betrekking tot de onroerendezaakbelastingen en de rioolheffing die worden geheven van gebruikers van niet-woningen respectievelijk bedrijfsruimten, wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

    • 3.1

      degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van het belastingobject wordt aangemerkt

    • 3.2

      degene die het huurcontract van het belastingobject op naam heeft;

    • 3.3

      degene die volgens het handelsregister het langst het adres van het belastingobject als vestigingsadres voert;

    • 3.4

      degene die een nutsvoorziening van het belastingobject op naam heeft;

    • 3.5

      degene die bij het team OWO/BVI al als belastingplichtige in de administratie voorkomt;

    • 3.6

      degene die op andere wijze als gebruiker naar voren komt.

  • 4.

    Met betrekking tot de rioolheffing van gebruikers van woningen en de afvalstoffenheffing wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

    • 4.1

      degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van het belastingobject wordt aangemerkt;

    • 4.2

      degene die volgens de basisregistratie personen het langst staat ingeschreven op het adres van het belastingobject;

    • 4.3

      de oudste, in geval van gelijktijdige inschrijving op het adres;

    • 4.4

      degene die bij het team OWO/BVI al als belastingplichtige in de administratie voorkomt;

    • 4.5

      degene die op andere wijze als gebruiker van het belastingobject naar voren komt.

  • 5.

    Met betrekking tot de reclamebelasting wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

    • 5.1

      degene die op basis vanuit het handelsregister als gebruiker naar voren komt;

    • 5.2

      degene die bij het team OWO/BVI al als belastingplichtige in de administratie voorkomt;

    • 5.3

      degene die de huur van het belastingobject betaalt aan een elders wonende verhuurder; 5.4 degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van het belastingobject wordt aangemerkt;

    • 5.5

      degene die de nutsvoorziening van het belastingobject op naam heeft;

    • 5.6

      de oudste in leeftijd;

    • 5.7

      degene die op andere wijze als gebruiker van het belastingobject naar voren komt.

  • 6.

    Indien aanslagen van verschillende gemeentelijke belastingen worden verenigd op één aanslagbiljet, worden deze in onderstaande volgorde ten name gesteld van de belastingplichtige die:

    • 6.1

      ingevolge de onderdelen 1 en 2 kan worden aangewezen;

    • 6.2

      ingevolge onderdeel 3 kan worden aangewezen;

    • 6.3

      ingevolge onderdeel 4 kan worden aangewezen;

    • 6.4

      ingevolge onderdeel 5 kan worden aangewezen;

    • 6.5

      ingevolge onderdeel 6 kan worden aangewezen.

  • 7.

    De onderdelen 1 tot en met 7 vinden geen toepassing indien:

    • 7.1

      de aanslag kan worden opgelegd aan degene die over het voorgaande belastingtijdvak of kalenderjaar de aanslag heeft gekregen en diegene gezorgd heeft dat de aanslag betaald is en nog steeds belastingplichtig is;

    • 7.2

      bij het team OWO/BVI bekend is dat één van de belastingplichtigen de desbetreffende aanslag op zijn/haar naam wil hebben en dit er niet toe leidt dat de belasting niet kan worden betaald dan wel ingevorderd.

  • 8.

    In het geval van een maatschap of V.O.F. , waarbij geen k.v.k.-nummer dan wel b.t.w. nummer bekend is, wordt de maat of firmant (natuurlijke persoon) aangewezen. Dit met inachtneming van de eerder genoemde voorkeursvolgorde.

  • 9.

    Indien de belasting wordt geheven over een belastingtijdvak, is bij de toepassing van de voorkeursvolgorde beslissend de situatie bij de aanvang van dat tijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 10.

    Aangezien de voorkeursvolgorde erop is gericht de aanslag op te leggen aan een belastingplichtige die in staat geacht mag worden om de belasting te betalen, kan ook tot een andere keuze gekomen worden dan uit de voorkeursvolgorde zou volgen.

  • 11.

    Indien al een aanslag aan een belastingplichtige is opgelegd, kunnen wijzigingen pas plaatsvinden met ingang van het eerstvolgende belastingtijdvak.

  • 12.

    Indien een belasting niet wordt geheven bij wege van aanslag, maar op andere wijze, zijn de onderdelen 1 tot en met 11 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3. Citeertitel en inwerkingtreding

  • 1.

    Deze beleidsregels treden met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2018, onder gelijktijdige intrekking van de “Beleidsregels belastingen 2013” (2012-36261)

  • 2.

    Dit besluit wordt aangehaald als: “Beleidsregels aanwijzen belastingplichtige Opsterland 2018”.

Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van 20 februari 2018

Koen van Veen

secretaris,

Ellen van Selm

burgemeester,