Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Twenterand

Verordening op de heffing en invordering leges 2017

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieTwenterand
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en invordering leges 2017
CiteertitelLegesverordening
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpbelastingen, retributies en heffingen

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet, art. 229, lid a, b

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

1.Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

05-01-201701-01-2018Nieuwe regeling

08-11-2016

Gemeenteblad 7 december 2016

BIS016.015.0028

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering leges 2017

Nr. 016.015.0028

De raad van de gemeente Twenterand;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

besluit:

vast te stellen de:

Verordening op de heffing en de invordering van leges Twenterand 2017

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    dag: de periode van 0.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

  • b.

    week: een aaneengesloten periode van zeven dagen;

  • c.

    maand: het tijdvak dat loopt van n-e dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand;

  • d.

    jaar: het tijdvak dat loopt van de n-e dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;

  • e.

    kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam “leges” worden rechten geheven voor:

  • a.

    het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;

  • b.

    het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Paspoortwet;

  • c.

    een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst of van de Nederlandse identiteitskaart, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht.

Artikel 4 Vrijstellingen

De leges worden niet geheven voor:

  • a.

    attestatiën de vita, nodig voor het betalen van pensioenen, lijfrenten, wachtgelden, loon, bezoldiging, wedde, soldij en andere periodieke uitkeringen, komende ten laste van de staat, een provincie, een gemeente of andere openbare lichamen;

  • b.

    bevelschriften van betaling;

  • c.

    beschikking op verzoekschriften om ontheffing en/of teruggave van belasting;

  • d.

    de uitsluitend ten behoeve van de nieuwsverspreiding af te geven afdrukken van voorstellen, rapporten, adressen en andere stukken, welke aan de gemeenteraad overgelegd en vanwege de administratieve diensten der gemeente vermenigvuldigd worden;

  • e.

    de tarieven genoemd onder hoofdstuk 1 en 2 van de tarieventabel inclusief bedoelde stukken, gevraagd in het algemeen belang door of vanwege de staat, een provincie, een gemeente of een ander openbaar lichaam, alsmede door of vanwege de vertegenwoordigers van vreemde mogendheden hier te lande;

  • f.

    beschikkingen of afschriften daarvan, houdende aanstelling, benoeming, bevordering, ontslag, toekenning van bezoldiging, vergoeding of toelage, dan wel verhoging hiervan, met betrekking tot enige gemeentelijke functie of dienstverrichtingen jegens de gemeente;

  • g.

    beschikkingen of afschriften daarvan uitgereikt aan belanghebbenden, houdende beslissing op een aanvraag om subsidie uit de gemeentekas.

  • h.

    het in behandeling nemen van aanvragen tot het afgeven van een vergunning voor het houden van niet-commerciële activiteiten door organisaties;

Artikel 5 Tarieven

  • 1.

    De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

  • 3.

    Belastingaanslagen van minder dan € 10,00 worden niet opgelegd met uitzondering van Rijkstarieven.

Artikel 6 Wijze van heffing

De leges worden geheven bij wege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7 Termijnen van betaling

De leges moeten worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6:

  • a.

    mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

  • b.

    schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

Artikel 8 Kwijtschelding

Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9 Teruggaaf

Gehele of gedeeltelijke teruggaaf van leges ter zake van een in de tarieventabel omschreven dienst wordt verleend op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet en overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in de bij deze verordening behorende tarieventabel opgenomen bepaling.

Artikel 10 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nader regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges.

Artikel 11 Inwerkingtreding

1.De legesverordening 2016 en het wijzigingsbesluit leges 2016 worden ingetrokken met ingang

van 1 januari 2017.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening op de heffing en invordering van leges 2017”.

Vriezenveen, 8 november 2016

De raad voornoemd,

de griffier, de voorzitter,

drs. R.J.M. Ros ir. C.L. Visser

Tarieventabel, behorende bij de legesverordening 2017

Titel 1: AlgemeenHoofdstuk 1 Burgerlijke stand

1.1

Het tarief bedraagt ter zake van de voltrekking van een huwelijk, een registratie van partnerschap, de ceremoniële omzetting van een partnerschap in een huwelijk bedraagt op:

 

1.1.1

maandag t/m vrijdag

€ 263,25

1.1.1.1

de in 3.1.1. genoemde leges worden niet geheven als de huwelijksvoltrekking of de registratie van het partnerschap plaatsvindt op een kosteloos aangewezen tijdstip.

 

1.1.1.2

de in 3.1.1. genoemde leges worden wel geheven als de huwelijksvoltrekking of de registratie van het partnerschap plaatsvindt op een kosteloos aangewezen tijdstip, waarbij meer dan 6 (meerderjarige) personen aanwezig zijn en/of wanneer er een keuze wordt gemaakt voor een (Buitengewoon) ambtenaar van de burgerlijke stand.

 

1.1.2

zaterdag, alsmede zon- en feestdagen (of daarmee gelijkgestelde dagen tot 14.00 uur).

€ 813,15

1.1.2.1

Het tarief ter zake van de voltrekking van een huwelijk, een registratie van partnerschap, de ceremonie t.b.v. omzetting van een huwelijk in een partnerschap of de ceremonie t.b.v. omzetting van een partnerschap in een huwelijk bedraagt van meer dan één paar in het huis der gemeente dezelfde tarieven per paar als bovenvermeld.

 

1.1.2.2

Vervallen

 

1.1.2.3.1

Voor de voltrekking van een huwelijk, een registratie van partnerschap de ceremonie t.b.v. omzetting van een partnerschap op een andere locatie dan het huis der gemeente bedraagt het tarief van maandag toe en met vrijdag tot 18:00 uur:

€ 302,90

1.1.2.3.2

Voor het voltrekken van een huwelijk, een registratie van partnerschap op een andere locatie dan het gemeentehuis bedraagt het tarief op maandag tot en met vrijdag vanaf 18:00 uur:

 

 

€ 338,50

1.1.2.3.3

Voor het voltrekken van een huwelijk, een registratie van partnerschap op een andere locatie dan het gemeentehuis bedraagt het tarief op zaterdag:

 

€ 349,65

1.1.2.3.4

Het tarief bedraagt voor het benoemen van een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag:

 

€ 234,75

1.1.2.4

Het tarief bedraagt terzake van het omzetten van een geregistreerd partnerschap indien daarbij geen gebruik wordt gemaakt van een trouwzaal of een andere door de gemeente aangewezen ruimte:

€ 103,65

1.1.2.5

Voor het beschikbaar stellen van getuigen van gemeentewege, bedraagt het tarief per getuige :

€ 34,60

1.2

Het tarief ter zake van de voltrekking van een huwelijk, een registratie van partnerschap, de ceremoniële omzetting van een partnerschap in een huwelijk bedraagt buiten het gemeentehuis ingevolge artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek:

€ 103,65

1.2.1

Het tarief bedraagt ter zake van het verstrekken van een trouwboekje/bewijs geregistreerd partnerschap

 

€ 41,65

1.2.3

Ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand (Stb. 1879, 72) geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand (Stb. 1969, 36) of zoals dit Besluit laatstelijk is vervangen of gewijzigd.

 

1.3

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag van belanghebbende tot: het geregeld éénmaal per week c.q. per maand verstrekken van opgaven omtrent geborenen, overledenen, ondertrouwden en gehuwden, geregistreerde partnerschappen bij een abonnement met een geldigheidsduur van één jaar, rechtgevende op opgaven omtrent:

 

1. uitsluitend geborenen

€ 173,60

2. uitsluitend overledenen

€ 173,60

3. uitsluitend huwelijksvoltrekkingen/ geregistreerde partnerschappen

€ 173,60

4. uitsluitend huwelijksaangiften

€ 173,60

5. de hiervoor onder 1 t/m 4 genoemde onderdelen tezamen

€ 392,60

Het tarief bedraagt ter zake van het doen van nasporingen in de registers van de Burgerlijke stand, voor iedere ambtelijke ondersteuning daaraan besteed kwartier of gedeelte daarvan:

€ 15,25

Hoofdstuk 2 Reisdocumenten

 

Het tarief bedraagt:

 

2.1

van een nationaal paspoort:

 

2.1.1

voor een persoon op het moment van aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 64,40

2.1.2

voor een persoon op het moment van aanvraag jonger dan 18 jaar is:

€ 51,20

2.2

voor een nationaal paspoort een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel 8.1 (zakenpaspoort):

 

 

2.2.1

voor een persoon op het moment van aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 64,40

2.2.2

voor een persoon op het moment van aanvraag jonger dan 18 jaar is:

€ 51,20

2.3

van een reisdocument t.b.v. een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort):

 

2.3.1

voor een persoon op het moment van aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 64,40

2.3.2

voor een persoon op het moment van aanvraag jonger dan 18 jaar is:

€ 51,20

2.4

van reisdocument voor vluchtelingen of reisdocument voor vreemdelingen:

€ 51,20

2.5

van een Nederlandse Identiteitskaart:

 

2.5.1

voor een persoon op het moment van aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 50,40

2.5.2

voor een persoon op het moment van aanvraag jonger dan 18 jaar is:

€ 28,45

2.6

voor een 2e paspoort (2 jaar geldig)( nationaal paspoort of zakenpaspoort):

 

2.6.1

voor een persoon op het moment van aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 64,40

2.6.2

voor een persoon op het moment van aanvraag jonger dan 18 jaar is:

€ 51,20

2.7

voor een spoedlevering van de in de onderdelen 8.1.1 t/m 8.6.2 genoemde documenten, de in die onderdelen genoemde leges vermeerderd (per document) met een bedrag van:

€ 47,30

Hoofdstuk 3 Rijbewijzen

3.1

Het tarief ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag of vernieuwen van een rijbewijs bedragen inclusief rijksleges van het RDW:

€ 38,95

3.2

Het tarief ter zaken van het in behandeling nemen van een aanvraag voor een omwisseling buitenlands rijbewijs of een militair rijbewijs bedragen incl. rijksleges RDW:

€ 38,95

3.3

Het tarief als genoemd in 9.1 wordt bij een spoedlevering vermeerderd met een bedrag van / welke door het RDW zijn vastgesteld.

€ 34,10

3.4

Het tarief dat geheven wordt voor het afgeven van een eigen verklaring is conform de regeling goedkeuring tarieven CBR.

 

Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de basisadministratie personen

4.1

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder één inlichting verstaan één of meer gegevens omtrent, één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd.

 

4.2

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

4.2.1

tot het verstrekken van gegevens: per verstrekking:

€ 6,70

4.2.2

tot het afsluiten van een abonnement op het verstrekken van gegevens gedurende de periode van één kalenderjaar:

 

4.2.2.1

voor 25 inlichtingen:

€ 30,10

4.2.2.2

voor 100 inlichtingen:

€ 90,40

4.2.2.2.1

voor 250 inlichtingen:

€ 213,15

4.2.2.3

voor 500 inlichtingen:

€ 335,90

4.2.2.3.1

voor 750 inlichtingen:

€ 407,80

4.2.2.4

voor 1000 inlichtingen:

€ 479,75

4.2.2.4.1

voor 2500 inlichtingen:

€ 1.138,55

4.2.2.5

voor 5000 inlichtingen:

€ 1.797,45

4.2.2.5.1

voor 7500 inlichtingen:

€ 2.096,15

4.2.2.6

voor 10000 inlichtingen:

€ 2.394,80

4.3

In afwijking van het in 4.2.1 en 4.2.2 bepaalde, bedraagt het tarief ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

4.3.1

het verstrekken van een inlichting, indien die inlichting wordt gevraagd:

 

a. ten dienste van de geestelijke zorg door een kerkgenootschap als bedoeld in de Wet van 10 december 1853, Stb.102, of door een zelfstandige onderdeel van een Kerkgenootschap of door een genootschap op geestelijke grondslag met volledige Rechtsbevoegdheid niet zijnde een kerkgenootschap;

€ 0,15

b. ten behoeve van wetenschappelijk of filantropisch doel;

€ 0,15

4.3.2

Geen leges is verschuldigd voor het toezenden van de gegevens (persoonslijst) bij de eerste inschrijving in een basisregistratie personen (art. 2.54 Wet BPR).

 

4.4

Het tarief bedraagt ter zake van het op verzoek doornemen van de basisregistratie personen, voor ieder daaraan besteed kwartier of gedeelte daarvan:

€ 11,15

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag

 

4.5.5

tot het verkrijgen van een uittreksel uit de basisregistratie personen:

€ 6,70

4.5.6

tot het verkrijgen van iedere andere verklaring omtrent een persoon:

€ 6,70

4.5.7

tot het verkrijgen van een uittreksel uit de basisregistratie personen dat via het digitaal loket is aangevraagd. (m.u.v. uittreksels burgerlijke stand):

 

€ 5,00

4.5.8

tot het afgeven van een verklaring in het bijzonder belang van personen, per stuk:

 

€ 16,00

4.5.9

tot het afgeven van een certificaat van oorsprong:

€ 16,00

4.5.10

het verstrekken van een inlichting na een no-hit verklaring:

€ 2,27

Hoofdstuk 5 Kiezersregister

5.1

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een inlichting betreffende de registratie van de aanvrager als kiezer, bedoeld in artikel D4 van de Kieswet (Stb. 1989, 423)

€ 4,70

Hoofdstuk 6 Verstrekkingen op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens

 

Gereserveerd

 

Hoofdstuk 7 Bestuursstukken

7.1

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

7.1.1

tot het verstrekken van:

 

7.1.1.1

een afschrift van één verslag alle raadsdebatten per avond en één besluitenlijst van de aansluitende raadsvergadering van die zelfde avond

€ 9,30

7.1.1.2

een afschrift van de voorstellen van het college van burgemeester en wethouders aan de raad en de daarbij behorende conceptbesluiten en memories van toelichting echter met uitzondering van de ontwerp-begrotingen/rekeningen/voorjaarsnota met bijlagen, per vergadering:

€ 7,90

7.1.1.3

een afschrift van de agenda voor de raadsdebatten en voor openbare raadsvergadering van één avond:

€ 7,40

7.1.1.4

tot het afsluiten van een abonnement voor een kalenderjaar:

 

7.1.1.5

op de verslagen van alle raadsdebatten en openbare raadsvergaderingen

€ 80,60

7.1.1.6

op de stukken als bedoeld in 2.1.1.2

€ 111,05

op de agenda's van de raadsdebatten en openbare raadsvergaderingen

€ 66,65

Hoofdstuk 8 Vastgoed

8.1

Het tarief bedraagt:

 

8.1.1

indien het de afgifte van een afdruk van een gedeelte van de plankaart op A-4 formaat betreft:

€ 7,95

8.1.2

indien het de afgifte van een afdruk van een gehele kadaster (plan) kaart betreft:

€ 31,90

8.1.3

indien het de afgifte van een digitaal bestand op diskette en/of cd-rom betreft:

€ 39,75

8.1.4

indien het de afgifte van een plot van een digitale kaart op AO formaat betreft:

€ 36,70

8.1.4.1

indien het de afgifte van een plot van een digitale kaart op A1 formaat betreft:

€ 32,80

8.1.4.2

indien het de afgifte van een plot van een digitale kaart op A2 formaat:

€ 28,70

8.1.4.3

indien het de afgifte van een plot van een digitale kaart op A3 formaat:

€ 24,75

8.1.4.4

indien het de afgifte van een plot van een digitale kaart op A4 formaat:

€ 20,65

8.1.5

met betrekking tot het verstrekken, op aanvraag, van schriftelijke informatie over een perceel/pand inzake publiekrechtelijke aspecten zoals: planologische status, mogelijke bodemverontreiniging, aanschrijvingen Woningwet c.a., per perceel/pand:

€ 72,75

8.1.5.1

het tarief in 7.1.5 te verhogen met het tarief genoemd in artikel 1.1.1 en/of 1.1.2 en/of 1.1.3 per kopie:

 

8.1.6

indien het de afgifte van een luchtfoto op A4 en/of A3 formaat betreft:

€ 72,75

 

 

 

Hoofdstuk 9 Overige publiekszaken

9.1

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

9.1

tot het verkrijgen van een verklaring omtrent het gedrag van personen, per stuk wordt het maximum tarief in rekening gebracht zoals het door het Rijk is vastgesteld.

 

9.2

Tot het verkrijgen van een attestatie de vita.

 

Ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet rechten burgerlijke stand, onder d, genoemde stukken (attestatie de vita, bedoeld in artikel 19k van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek) Besluit laatstelijk is vervangen of gewijzigd.

 

9.2.1

tot het verkrijgen van een bewijs van in leven zijn bedraagt het tarief:

€ 6,70

9.2.2

tot het verkrijgen van een legalisatie van een handtekening of het waarmerken van een stuk voor elke handtekening of elk gewaarmerkt stuk door een gemeente:

€ 7,60

9.2.3

tot het verkrijgen van een verklaring inzake het Nederlanderschap:

€ 6,70

Hoofdstuk 9A Naturalisatie/Optie

9A

Het tarief voor het in behandeling nemen van:

 

9A.1

Naturalisatie enkelvoudig standaard

€ 829,00

9A.2

Naturalisatie enkelvoudig verlaagd

€ 617,00

9A.3

Naturalisatie gemeenschappelijk standaard

€ 1.058,00

9A.4

Naturalisatie gemeenschappelijk verlaagd

€ 847,00

9A.5

Meenaturaliserend minderjarig kind

€ 122,00

9A.6

Optie enkelvoudig

€ 177,00

9A.7

Optie gemeenschappelijk

€ 301,00

9A.8

Optie minderjarig kind

€ 21,00

Hoofdstuk 10 Gemeentearchief

10.1

Het tarief bedraagt ter zake van het op verzoek doen van nasporingen (bijvoorbeeld uitzoeken nalatenschappen) de in het gemeentearchief berustende stukken, voor ieder daaraan besteed kwartier of gedeelte daarvan:

 

€ 16,35

10.2

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van:

 

 

10.2.1

een afschrift of fotokopie van een in het gemeentearchief berustend stuk, per kopie:

€ 0,35

10.2.2

een uittreksel uit een in het gemeentearchief berustend stuk, per pagina:

€ 0,35

Hoofdstuk 11 Huisvestingswet

 

Gereserveerd

 

Hoofdstuk 12 Leegstandswet

4.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

tot het verlenen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, lid 1, van de Leegstandwet

€ 136,50

4.2

vervallen

 

Hoofdstuk 13 Gemeentegarantie

 

Gereserveerd

 

Hoofdstuk 14 Standplaatsen

 

Gereserveerd

 

Hoofdstuk 15 Winkeltijdenwet

15.1

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag

€ 70,00

voor een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet (Stb. 1996, 182)

 

Hoofdstuk 16 Wet op de kansspelen

16.1

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een aanwezigheidsvergunning ingevolge artikel 30b van de Wet op de kansspelen voor 1 speelautomaat:

€ 56,50

en voor een tweede speelautomaat:

€ 90,50

16.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 28 van de Wet op de kansspelen (prijsvraag-vergunning)

€ 17,05

16.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning)

€ 17,05

Hoofdstuk 17 Telecommunicatie en nutsvoorzieningen

17.1

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een melding in verband met het verkrijgen van instemming omtrent tijdstip, plaats en werkwijze van uitvoering van werkzaamheden, als bedoeld in artikel 5.2 derde lid, van de Telecommunicatiewet.

€ 390,50

17.2

Het in 13.2 genoemde bedrag wordt:

 

indien met betrekking tot een melding overleg moet plaatsvinden tussen de gemeente, andere beheerders van openbare grond en de aanbieder van het netwerk verhoogd met:

€ 124,30

17.2.1

indien met betrekking tot een melding onderzoek naar de status van de kabel plaats vindt, verhoogd met het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de melding aan de melder meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die ter zake daarvan door burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

17.3

Indien een begroting, als bedoeld in 13.3.1. is uitgebracht, wordt een melding in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

Hoofdstuk 18 Verkeer en vervoer

18.1

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

18.1.1

tot het verkrijgen van een invalidenparkeerkaart (Gehandicaptenkaart) als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (Stb. 1990, 460) inclusief keuringskosten:

€ 131,45

18.1.2

Bij de verstrekking van een duplicaat van een gehandicaptenparkeerkaart wordt het bedrag genoemd onder 12.1.1 verlaagd met de hieraan verbonden keuringskosten

 

18.1.2.1

Bij een afwijzing van de aanvraag om een gehandicaptenparkeerkaart worden alleen de hieraan verbonden keuringskosten in rekening gebracht.

 

18.1.3

Tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (Stb. 459) voor zover noodzakelijk voor en direct samenhangend met de uitvoering van bijzondere transporten.

€ 70,05

18.1.4

Tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 9.1 van de Regeling Voertuigen.

€ 31,25

Hoofdstuk 19 Algemeen

19.1

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing van het verbod ingevolge de Algemene Plaatselijke Verordening tot het langer openhouden van een inrichting

€ 17,05

19.2

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven van een vergunning, bedoeld in artikel 21 van de Visserijwet tot het vissen in een water, op het visrecht waarvan de gemeente rechthebbende is

€ 16,15

19.3

Het tarief ter zake van het inschrijven in het register van bouwkavelzoekingen als bedoeld in de kaveluitgifteverordening bedraagt

€ 42,80

19.3.1

indien in het kader van de APV voor dezelfde activiteit meerdere beschikkingen worden afgegeven wordt het hoogst geldende tarief in rekening gebracht

 

19.3.2

het analoog verstrekken van een exemplaar van de Algemene Plaatselijke Verordening

€ 52,30

19.4

Het tarief bedraagt ter zake van het in de behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

19.4.1

gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina:

€ 0,70

19.4.2

afschriften, doorslagen of fotokopieën van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina:

€ 0,70

19.4.3

fotokopieën van kaarten of tekeningen groter dan A3 formaat

€ 13,95

19.4.4

een beschikking en of verklaring op een aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen:

€ 34,65

19.4.5

Vervallen

 

19.4.6

stukken of uittreksels, welke op aanvraag van de aanvrager moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina:

€ 4,75

19.4.7

Vervallen

 

Titel 2: Dienstverlening vallend onder fysieke omgevingsvergunningHoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen

2.1.1

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

2.1.1.1

Aanlegkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken van technische installatiewerken 2012 (UAV2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de aanlegkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Indien de werken of werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden wordt in deze titel onder aanlegkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor de werken of werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft;

2.1.1.2

Bouwkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de bouwkosten, exclusief omzetbelasting, bedoeld in het normblad NEN 2631, uitgave 1979, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft;

2.1.1.3

Sloopkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en technische installatiewerken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de sloopkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Indien het slopen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder sloopkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het slopen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft;

2.1.1.4

Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

2.1.1.5

Vooroverleg: het op schriftelijk verzoek van een aanvrager, voorafgaande aan een formele aanvraag, informeel overleggen (schriftelijk en mondeling) met de gemeente over de haalbaarheid van een plan, op grond van de door de aanvrager overeenkomstig de daarvoor gestelde eisen overgelegde bescheiden, waarbij de uitslag over de haalbaarheid binnen een termijn door het bevoegd gezag in een schriftelijke verslag wordt vastgelegd.

2.1.2

In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld.

2.1.3

In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld.

Hoofdstuk 2 Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag

2.1

Voor de toetsing van een welstandbeoordeling door "de Stadsbouwmeester" van een vooroverleg bedraagt het tarief de werkelijke kosten die door "de Stadsbouwmeester" en/of derden in rekening worden gebracht.

 

2.1.1.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot afgifte van een schriftelijke verklaring dat een activiteit omgevingsvergunning vrij is

€ 167,00

2.1.1.1.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om vooroverleg in verband met het verkrijgen van een indicatie of een voorgenomen project in het kader van de Wabo vergunbaar is

€ 167,00

Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunningen

2.1.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om

 

een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

 

 

 

 

2.1.1.1.2

Verplicht advies monumenten commissie:

 

Voor het verschuldigde bedrag van het verplichte advies van de monumenten commissie worden de werkelijke kosten in rekening gebracht.

 

2.2.1.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een

 

bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

2.2.1.1.1

2,1% van het deel van de bouwkosten dat ligt tussen € 0,00 en € 200.000,- met een minimumtarief van € 209,--

 

2.2.1.1.1

2% van het deel van de bouwkosten dat ligt tussen € 200.000,-- en € 500.000,--

 

2.2.1.1.3

1,9% van het deel van de bouwkosten dat ligt tussen € 500.000,-- en

 

€ 1.000.000,--

 

2.2.1.1.4

1,8% van het deel van de bouwkosten dat het bedrag van € 1.000.000,-- te boven gaat

 

2.2.1.2.1

De leges genoemd in 2.2.1.1.1 tot en met 2.2.1.1.4 worden vermeerderd met de kosten die voortvloeien uit het ter beoordeling aanbieden van vergunningsplichtige bouwplannen bij "de Stadsbouwmeester" te Zwolle, het genootschap tot bevordering en instandhouding van het landelijk en stedelijk schoon in de provincie Overijssel. De kosten bedragen met een minimum van

 

 

 

3 promille over bedragen tot € 230.000,-- van de bouwkosten plus

 

1/2 promille van het deel van de bouwkosten dat ligt tussen € 230.000,-- en

 

€ 455.000,-- plus

€ 75,50

1/4 promille van het deel van de bouwkosten dat ligt tussen € 455.000,-- en

 

€ 680.000,-- plus

 

1/8 promille van de bouwkosten dat € 680.000,-- te boven gaat

 

 

 

 

2.2.1.2.2

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.2.1.1 bedraagt het tarief, indien zich tijdens de beoordeling van de in dat onderdeel bedoelde aanvraag wijzigingen voordoen in het bouwplan en daardoor een nieuwe welstandstoets noodzakelijk is, de werkelijke kosten van de welstandstoets.

 

2.2.1.2.3

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.2.1.1 bedraagt het tarief, indien zich tijdens de beoordeling van de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een advies van de commissie nodig is en wordt getoetst, de werkelijke kosten van het advies.

 

2.2.1.3

Beoordeling bodemrapport:

 

Het verschuldigde bedrag op grond van onderdeel 2.2.1.1 wordt, indien de aanvraag van een omgevingsvergunning krachtens wettelijk voorschrift slechts kan worden afgehandeld wanneer:

 

2.2.1.3.1

een milieukundig bodemrapport wordt getoetst, verhoogd met

€ 144,90

2.2.1.3.2

een archeologisch bodemrapport wordt beoordeeld, verhoogd met de werkelijke kosten van het advies.

 

2.2.1.4

Verplicht advies agrarische commissie:

 

Het verschuldigde bedrag op grond van onderdeel 2.2.1.1 wordt, indien de aanvraag van een omgevingsvergunning krachtens wettelijk voorschrift slechts kan worden afgehandeld wanneer een advies van de agrarische commissie wordt beoordeeld, verhoogd met de werkelijke kosten.

 

2.2.2

Aanlegactiviteiten

 

2.2.2.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder b van de Wabo, bedraagt het tarief

 

 

€ 551,50

13.9

Indien op grond van de Wet Geluidhinder voor het verlenen van een omgevingsvergunning een akoestisch- en of geluidsonderzoek moet worden verricht moet de aanvrager binnen 14 dagen na de aanvraag een schriftelijke (offerte) van een vakkundig bedrijf overleggen; indien deze overlegging niet plaats vindt kunnen de leges onder 2.2.1.1 tot en met 2.2.4.7, 2.2.7 tot en met 2.2.7.2, 245.1, 2.4.2, 2.5.1 en 2.5.2 voor het verrichten van een akoestisch en/of geluidsonderzoek door de gemeente, verschuldigd:

 

a. als het bouwplan een woning betreft;

€ 3.220,20

b. idem a. plus voor elke woning meer dan 1 zal voor elk volgende woning van het bouwplan in rekening worden gebracht.

€ 75,25

13.10

Het tarief bedraagt voor het vaststellen van een hogere grenswaarde in het kader van de Wet Geluidhinder, voor zover dit voor het vaststellen van een bestemmingsplan of wijzigingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning nodig is

€ 382,20

2.2.2.1

Vervallen

 

2.2.2.1.1

Vervallen

 

2.2.2.1.2

Vervallen

 

2.2.2.1.3

Vervallen

 

2.2.2.1.4

Vervallen

 

2.2.2.1.5

Vervallen

 

2.2.2.1.6

Vervallen

 

2.2.2.1.7

Vervallen

 

 

 

 

2.2.3

Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouwactiviteit:

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel. 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouwactiviteit of een aanlegactiviteit als bedoeld in artkel 2.1, eerste lid, onder a, onderscheidelijk b, van de Wabo, wordt het tarief verhoogd met, onverminderd het bepaalde in de onderdelen 2.2.1.:

 

2.2.3.1

€ 5.324,-- indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking):

 

2.2.3.2

Het verschuldigde bedrag op grond van onderdeel 2.1.1 wordt, indien de aanvraag betrekking heeft op een bouwwerk ten aanzien waarvan:

 

2.2.3.2.1

Vervallen

 

2.2.3.2.2

vervallen

 

2.2.3.2.3

artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1 van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking), verhoogd met

 

€ 594,80

2.2.3.2.4

artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2 van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking), verhoogd met

 

€ 892,70

2.2.4

Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit:

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, onderscheidenlijk b, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

2.2.4.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid onder a van de Wet ruimtelijke ordening, waarbij geen sprake is van bouwactiviteiten waarvoor een omgevingsvergunning is vereist en geen sprake is van aanlegactiviteiten waarvoor een omgevingsvergunning is vereist:

 

 

 

 

€ 3.177,60

2.2.4.2

Indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1, van de Wabo van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken (binnenplanse afwijking)

€ 594,80

 

 

2.2.4.3

vervallen

 

 

2.2.4.4

Indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2, van de Wabo van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken (buitenplanse kleine afwijking)

 

 

€ 892,70

2.2.4.5

Indien met toepassing van artikel 2.12, eerst lid onder b, van de Wabo van het exploitatieplan is afgeweken:

 

Dit tarief vindt geen toepassing indien de met deze vergunning gepaard gaande kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald.

€ 594,80

2.2.4.6

Indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3, van de Wabo van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken (buitenplanse afwijking)

 

 

€ 5.174,90

2.2.4.7

Indien een begroting als bedoeld in artikel 2.2.4.7 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

 

 

 

2.2.5

In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid:

 

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo.

 

2.2.5.1

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een vergunning voor een nachtverblijf voor meer dan

 

5 personen:

 

1. 6 tot en met 10 personen

 

2. 11 tot en met 25 personen

 

3. 26 tot en met 100 personen

 

4. meer dan 100 personen

 

 

 

2.2.5.2

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een vergunning voor het verschaffen van dagverblijf aan meer dan 10 personen van jonger dan 12 jaar en verschaffen van dagverblijf aan meer dan 10 lichamelijk of geestelijk gehandicapte personen

 

1. 10 tot en met 25 personen

 

2. meer dan 25 personen

 

 

 

2.2.5.3

Hernieuwde omgevingsvergunning:

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een omgevingsvergunning m.b.t. het brandveilig gebruik van een bouwwerk of inrichting als bedoeld in artikel 2.1 lid 1d van de Wet Algemene Bepaling Omgevingsrecht voor een gebouw of bouwwerk waarvan de huidige vergunning inmiddels verlopen is (meer dan 5 jaar) bij ongewijzigd gebruik per aanvraag:

 

 

 

2.2.5.3

Het in paragraaf 2.2.5.1 t/m 2.2.5.3 genoemde bedrag wordt verhoogd met een bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeelde externe advieskosten, blijkend uit een begroting die ter zake door of vanwege burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

2.2.5.4

Het in paragraaf 2.2.5.1 t/m 2.2.5.3 genoemde bedrag wordt verhoogd met een bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeelde externe advieskosten, blijkend uit een begroting die ter zake door of vanwege burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

2.2.6

Kappen:

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor ingevolge een bepaling in de gemeentelijke verordening (bomenverordening Twenterand) een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerst lid, aanhef en onder g, van de Wabo bedraagt het tarief:

 

2.2.7

Vervallen

 

2.2.7.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief:

€ 140,70

 

 

 

Hoofdstuk 4 Vermindering

4.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning is voorafgegaan door een aanvraag om vooroverleg als bedoeld 2.1.1.1.1, waarop de eerstgenoemde aanvraag betrekking heeft, worden de ter zake van de beoordeling van de aanvraag om vooroverleg geheven leges in mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor de omgevingsvergunning bedoeld in hoofdstuk 2

Hoofdstuk 5 Teruggaaf

5.1

Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning voor bouw-, sloop- of aanlegactiviteiten:

Wanneer een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, wordt een deel van de leges teruggegeven. De teruggaaf bedraagt:

5.1.1

50% van de voor het in behandeling nemen van de aanvraag verschuldigde leges, indien de aanvraag wordt ingetrokken;

5.2

Als een aanvraag uit hoofdstuk 2, m.u.v. een vooroverleg, buiten behandeling wordt gelaten of door de aanvrager schriftelijk wordt ingetrokken vóór dat een besluit is genomen, wordt 50% van het eigenlijke legesbedrag in rekening gebracht, met uitzondering van de leges die te maken hebben met advisering (bijvoorbeeld kosten welstand) van derden.

5.3

Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw-, sloop- of aanlegactiviteiten:

Wanneer de gemeente een verleende omgevingsvergunning intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, wordt een deel van de leges teruggegeven, mits deze aanvraag is ingediend binnen 1 jaar na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt 25% van de verschuldigde basisleges bedoeld in de onderdelen 2.2.1, onderscheidenlijk 2.2.2 of 2.2.7, met dien verstande dat een bedrag minder dan € 5,-- niet wordt teruggegeven, dit geldt ook voor kosten inzake advisering (bijvoorbeeld kosten welstand)

5.4

Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning:

Wanneer de gemeente een omgevingsvergunning weigert, wordt een deel van de verschuldigde leges teruggegeven. De teruggaaf bedraagt 25% van de verschuldigde basisleges bedoeld in de onderdelen 2.2.1, onderscheidenlijk 2.2.2 of 2.2.7, met dien verstande dat een bedrag minder dan € 5,-- niet wordt teruggegeven, dit geldt ook voor kosten inzake advisering (bijvoorbeeld kosten welstand)

Hoofdstuk 6 Intrekken omgevingsvergunningHoofdstuk 7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project

7.1

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging van het project bedraagt

€ 219,95

Hoofdstuk 8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten

8.1

vervallen

8.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening:

8.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot herziening van het bestemmingsplan, anders dan bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening:

8.4

De tarieven in dit hoofdstuk kunnen worden verhoogd met een bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die terzake door of vanwege burgemeester en wethouders is opgesteld.

8.5

Indien een begroting als bedoeld in artikel 8.4 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken

Hoofdstuk 9 Bouwvergunning eerste of tweede fase op grond van oude wetgeving

9.1

Omgevingsvergunning in twee fasen:

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief:

9.1.2

voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft;

9.1.3

voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft.

9.2

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op handelingen in een beschermd natuurgebied de schadelijk kunnen zijn voor het natuurschoon, de natuurwetenschappelijke betekenis of voor dieren en planten als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 bedraagt het tarief:

9.3

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het realiseren van projecten of andere handelingen met gevolgen voor habitats en soorten in een door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen gebied als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 bedraagt het tarief:

9.4

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een handeling waarvoor op grond van artikel 75, derde lid, van de Flora- en Faunawet ontheffing nodig is, bedraagt het tarief:

Hoofdstuk 10 In deze titel niet genoemde beschikking

10.1

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Drank- en Horecawet (Stb. 1964, 386):

€ 364,10

10.2

Ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing of een verklaring als bedoeld in de artikelen 35 van de Drank- en Horecawet geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Algemeen uitvoeringsbesluit Drank- en Horecawet:

 

 

 

€ 69,95

10.3

indien de in lid 3.1 bedoelde aanvraag om vergunning een aanvraag betreft met het oogmerk om een nieuwe vergunning te verkrijgen waarbij slechts een administratieve wijziging in een reeds eerder verleende vergunning moet worden opgenomen, dan bedraagt het tarief:

 

 

 

€ 69,05

10.4

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning ingevolge artikel 2:28 van de APV Twenterand

 

 

€ 180,85

Titel 3: Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Hoofdstuk 1 Drank- en Horecawet

3.1.1

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Drank- en Horecawet (Stb. 1964, 386):

€ 364,10

3.1.2

Ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing of een verklaring als bedoeld in de artikelen 35 van de Drank- en Horecawet geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Algemeen uitvoeringsbesluit Drank- en Horecawet:

 

 

 

€ 69,95

3.1.3

indien de in lid 3.1 bedoelde aanvraag om vergunning een aanvraag betreft met het oogmerk om een nieuwe vergunning te verkrijgen waarbij slechts een administratieve wijziging in een reeds eerder verleende vergunning moet worden opgenomen, dan bedraagt het tarief:

 

 

 

€ 69,05

3.1.4

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning ingevolge artikel 2:28 van de APV Twenterand

 

 

€ 180,85

Hoofdstuk 2 Evenementen

3.2.1

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen tot het verkrijgen van een vergunning voor het houden van een evenement

 

€ 0,00

3.2.2

Vervallen

 

 

Hoofdstuk 3 Brandbeveiligingsverordening

3.3

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een gebruiksvergunning met betrekking tot het brandveilig gebruik van een inrichting, als bedoeld in artikel 2.1.1, onderdeel a, van de Brandbeveiligingsverordening (aanwezigheid van meer dan 50 personen)

 

 

 

 

3.3.1

50 tot en met 250 personen tegelijk aanwezig zullen zijn, anders dan in een woongebouw:

 

€ 522,20

3.3.2

Meer dan 250 personen tegelijk aanwezig zullen zijn, anders dan in een woongebouw:

€ 1.033,80

3.3.3

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een gebruiksvergunning met betrekking tot het brandveilig gebruik van een inrichting, als bedoeld in artikel 2 lid 1b van de Brandbeveiligingsverordening

 

(nachtverblijf voor meer dan 5 personen)

 

1. 6 tot en met 10 personen

€ 518,40

2. 11 tot en met 25 personen

€ 1.033,80

3. 26 tot en met 100 personen

€ 1.696,10

4. meer dan 100 personen

€ 2.067,50

 

 

3.3.3.1

Hernieuwde omgevingsvergunning :

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een gebruiksvergunning met betrekking tot het brandveilig gebruik van een bouwwerk of inrichting, als bedoeld in artikel 2.11, lid 1-A en B van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken of artikel 2 lid 1A,B en C van de Brandbeveiligingsverordening voor een gebouw of bouwwerk of inrichting waarvan de huidige gebruiksvergunning inmiddels verlopen is (meer dan 5 jaar) bij ongewijzigd gebruik per aanvraag:

€ 254,50

3.3.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een gebruiksvergunning m.b.t. het brandveilig gebruik van een inrichting als bedoeld in artikel 2 lid 1-C van de Brandbeveiligingsverordening (verschaffen van dagverblijf aan meer dan 10 personen jonger dan 12 jaar en verschaffen van dagverblijf aan meer dan 10 lichamelijk of geestelijk gehandicapte personen):

 

1. 10 tot en met 25 personen

€ 518,40

2. meer dan 25 personen

€ 1.033,80

 

 

3.3.4

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een gebruiksvergunning met betrekking tot het brandveilig gebruik van een bouw of inrichting als bedoeld in artikel 2.11.1 lid 1-A van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken of artikel 2 lid1-B van de Brandbeveiligingsverordening

 

(nachtverblijf voor meer dan 5 personen)

 

1. 6 tot en met 10 personen

€ 518,40

2. 11 tot en met 25 personen

€ 1.033,80

3. 26 tot en met 100 personen

€ 1.696,10

4. meer dan 100 personen

€ 2.067,50

 

 

3.3.5

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een gebruiksvergunning met betrekking tot het brandveilig gebruik van een bouwwerk of inrichting als bedoeld in artikel 2.11.1 lid 1-B van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken of artikel 2 lid 1-C van de Brandbeveiligingsverordening (verschaffen van dagverblijf aan meer dan 10 personen jonger dan 12 jaar en verschaffen van dagverblijf aan meer dan 10 lichamelijk of geestelijk gehandicapte personen):

 

1. 10 tot en met 25 personen

€ 518,40

2. meer dan 25 personen

€ 1.033,80

Gebruiksvergunning op grond van artikel 2.11.1 lid 1-A en B van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken of artikel 2 lid 1-A,B en C van de Brandbeveiligingsverordening voor het in gebruik hebben of houden van bouwwerk of inrichting voor de maximale van 30 dagen.

 

 

 

3.3.6

De leges bedragen voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een tent of tijdelijke inrichting waar gelijktijdig maximaal 50 tot 249 personen aanwezig kunnen zijn:

€ 69,95

3.3.7

De leges bedragen voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een tent of tijdelijke inrichting waar gelijktijdig 250 personen of meer aanwezig kunnen zijn:

€ 254,50

3.3.8

De leges bedragen voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor afwijkend gebruik van een bouwwerk waar gelijktijdig maximaal 50 tot 249 personen aanwezig kunnen zijn:

€ 69,95

3.3.9

De leges bedragen voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor afwijkend gebruik van een bouwwerk waar gelijktijdig 250 personen of meer aanwezig kunnen zijn:

€ 254,50

Hoofdstuk 4 Kinderopvang

3.4.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot registratie in het register LRKP van gastouder (ongeacht de opvang plaatsvindt op adres van gastouder of vraag ouder)

 

 

€ 237,81

3.4.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot registratie in het register LRKP van gastouderbureau, kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang en peuterspeelzaal

 

 

€ 594,78

 

Behorende bij raadsbesluit van 8 november 2016

 

De griffier van Twenterand,