De raad van de gemeente Vlieland
gelezen: het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 november
2013;
gelet op: artikel 224 van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN
TOERISTENBELASTING 2014
Artikel 1: Belastbaar feit
Onder de naam 'toeristenbelasting' worden ter zake van het houden van
verblijf binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene met een
adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, twee
directe belastingen geheven:
- a)
een belasting ter zake van het houden van verblijf tussen 7.00 uur
en 23.00 uur op de dag van aankomst;
- b)
een belasting ter zake van het houden van verblijf met overnachten
in hotels, pensions, vakantie-onderkomens, op vaste standplaatsen,
in kamers, tenten, tenthuisjes, groepsverblijven of anderszins,
welkverblijf volgt op het verblijf bedoeld in onderdeel a.
Artikel 2: Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
- a)
Vakantie-onderkomens:
bungalows, appartementen, woningen en andere verblijfsruimten niet zijnde
groepsverblijven, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor
vakantie- en andere recreatieve doeleinden;
- b)
Tenthuisjes:
tenthuisjes en soortgelijke onderkomens welke bestemd zijn voor, dan wel
gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden, en
welke geplaatst zijn op een vaste standplaats;
- c)
Tenten:
tenten en soortgelijke onderkomens welke bestemd zijn voor, dan wel gebezigd
worden als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden, voor
zover deze onderkomens niet vallen onder andere begripsomschrijvingen;
- d)
Vaste standplaats:
een terrein of terreingedeelte dat in hoofdzaak gebezigd wordt voor het
gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeer
onderkomen;
- e)
Kamers:
woningen en andere verblijfsruimten, of gedeelten daarvan, niet zijnde
vakantie-onderkomens, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor
vakantie- en andere recreatieve doeleinden, doch welke in bepaalde perioden
van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur worden
aangeboden;
- f)
Groepsverblijven:
verblijfsruimten die zijn ingericht voor het gezamenlijk overnachten voor
recreatieve doeleinden van groepen van 20 of meer personen.
Artikel 3: Belastingplicht
- 1.
Belastingplichtig voor de belasting bedoeld in artikel 1, aanhef en
onderdeel a, is degene die binnen de gemeente verblijft.
- 2.
Belastingplichtig voor de belasting bedoeld in artikel 1, aanhef en
onderdeel b, is degene die gelegenheid biedt tot verblijf met
overnachten in hem daartoe ter beschikking staande ruimten, bedoeld in
artikel 2, dan wel die gelegenheid biedt tot verblijf met overnachten op
tot hem ter beschikking staande terreinen, waaronder mede zijn te
verstaan ruimten en terreinen bij of van derden waarover hij de
beschikking heeft.
- 3.
De belastingplichtige bedoeld in het tweede lid, is bevoegd de belasting
als zodanig te verhalen op
degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd
wordt.
Artikel 4: Maatstaf van heffing
- 1.
De belasting bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel a, wordt per keer
geheven.
- 2.
De belasting bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel b, wordt geheven
naar het aantal overnachtingen.
Artikel 5: Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Artikel 5: Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
- 1.
Het aantal personen dat heeft overnacht wordt bepaald op het aantal
slaapplaatsen per hotel, pension, vakantie-onderkomen, tenthuisje, tent,
vaste standplaats, kamer en groepsverblijf;
- 2.
Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde aantal personen
per slaapplaats is overnacht, wordt ingeval verblijf wordt gehouden
in:
- a)
vakantie-onderkomens bepaald op 150;
- b)
tenthuizen bepaald op 60;
- c)
- d)
vaste standplaatsen bepaald op:
- a)
voor een vaste standplaats volledig seizoenarangement op
60
- b)
voor een vaste standplaats midseizoenarrangement op
52
- c)
voor een vaste standplaats hoogseizoenarrangement op
42
- d)
voor een vaste standplaats voorseizoenarrangement op
20
- e)
hotels en pensions bepaald op 190;
- f)
groepsverblijven bepaald op 100;
- g)
Artikel 6: Afwijkende maatstaf van heffing
Op een door de belastingplichtige, bedoeld in artikel 3, lid 2, gedaan
schriftelijk verzoek wordt de maatstaf van heffing vastgesteld op het door
de belastingplichtige aan te geven werkelijke aantal overnachtingen, indien
blijkt dat dit aantal afwijkt dan het op grond van artikel 5 berekende
aantal.
Artikel 7: Belastingtarief
- 1.
Het tarief bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel a, bedraagt € 1,35
per persoon.
- 2.
Het tarief bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel b, bedraagt € 1,35
per persoon per overnachting.
Artikel 8: Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 9: Vrijstellingen
- 1.
De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf door personen
die jonger zijn dan vier jaar.
- 2.
De belasting, bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel b, wordt niet
geheven ter zake van het overnachten door degene die:
- a)
ingevolge last of bevel van de overheid tijdelijk binnen de
gemeente verblijft;
- b)
als bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad in rechte
linie nachtverblijf houdt bij hem die als ingezetene in de
gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is
ingeschreven;
- c)
uit hoofde van zijn beroep of functie binnen de gemeente tegen
betaling werkzaam is;
- d)
reeds uit hoofde van de watertoeristenbelastingverordening ten
behoeve van dezelfde overnachting(en) belasting heeft
betaald;
- e)
verblijf houdt in een gemeubileerde woning indien hij terzake
van het ter beschikking houden van die woning forensenbelasting
is verschuldigd en het overnachtingen van hemzelf of zijn
gezinsleden betreft.
- f)
voor het bijwonen van een begrafenis of het bezoeken van een
graf van een bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad
tijdelijk binnen de gemeente verblijft. In dit geval wordt de
belasting niet van de eerste overnachting geheven.
Artikel 10: Heffingswijze
- 1.
De belasting, bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel a, wordt bij
wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede
wordt begrepen een bon, nota of andere schriftuur geheven;
- 2.
De belasting, bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel b, wordt bij
wege van aanslag geheven.
Artikel 11: Aanslaggrens
Geen belastingaanslag wordt opgelegd indien het aantal overnachtingen,
waartoe gelegenheid is of wordt gegeven, gedurende het belastingjaar minder
dan tien zal of heeft belopen.
Artikel 12: Betalingstermijnen
- 1.
De belasting bedoeld in artikel 1, onderdeel a, moet worden betaald
ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 10, lid 1:
- a)
mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de
kennisgeving;
- b)
schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de
kennisgeving
- 2.
De belasting bedoeld in artikel 1, onderdeel b, moet worden betaald
binnen dertig dagen na dagtekening van de aanslag.
- 3.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
leden gestelde termijnen.
Artikel 13: Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
betrekking tot de heffing en de invordering van de toeristenbelasting.
Artikel 14: Kwijtschelding
Bij de invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding
verleend.
Artikel 15: Aanmeldingsplicht
De belastingplichtige is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in
werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft,
zulks aan de aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede
lid, onderdelen b en d van de Gemeentewet, schriftelijk te melden.
Artikel 16: Inwerkingtreding en citeertitel
- 1.
De 'Verordening toeristenbelasting 2013' van 17 december 2012 wordt
ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
ingang van heffing. Zij blijft van toepassing op de belastbare
feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan.
- 2.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
die van de bekendmaking.
- 3.
De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.
- 4.
Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening
toeristenbelasting 2014".