<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR100192_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmerliede en Spaarnwoude</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-02-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmerliede en Spaarnwoude</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Maak kennis met Haarlemmerliede en Spaarnwoude, 01-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Oke</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BOB10/029</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening kwaliteitsregels Peuterspeelzaalwerk.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude;</al><al/><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 oktober 2010</al><al/><al>Besluit:</al><al/><al>De "verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente
                        Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2010" vast te stellen.</al><al/><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 23 november 2010</al><al>De griffier, De voorzitter,</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder peuterspeelzaal hetgeen daaronder
                        wordt verstaan in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen
                        peuterspeelzalen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Groepspeelruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In een peuterspeelzaal is voor ieder kind minimaal 3,5 m<sup>2</sup>
                            netto-oppervlakte aan groepsspeelruimte beschikbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke ruimte is ingericht in overeenstemming met het aantal en de
                            leeftijd van de op te vangen kinderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Buitenspeelruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De peuterspeelzaal beschikt over aangrenzende buitenspeelruimte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De buitenspeelruimte voldoet aan de volgende eisen:</al><lijst><li nr="a."><al>voor kinderen toegankelijk en veilig bereikbaar;</al></li><li nr="b."><al>een oppervlakte van minimaal 3 m<sup>2</sup> bruto-oppervlakte
                                    speelruimte per aanwezig kind;</al></li><li nr="c."><al>ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen
                                    kinderen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanwijzing toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zien toe op de naleving van de bij deze
                            verordening gestelde regels.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders wijzen de directeur van de GGD aan als
                            toezichthouder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onderzoek door de toezichthouder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toezichthouder onderzoekt na een aanvraag als bedoeld in artikel 2.2,
                            eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen
                            binnen 10 weken of de instandhouding redelijkerwijs zal plaatsvinden in
                            overeenstemming met de voorschriften uit deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toezichthouder onderzoekt jaarlijks of de exploitatie van een
                            peuterspeelzaal plaatsvindt in overeenstemming met de voorschriften uit
                            deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Naast het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de
                            toezichthouder incidenteel onderzoek verrichten naar de naleving van de
                            bij deze verordening gestelde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vastleggen onderzoeksresultaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toezichthouder legt zijn oordeel, naar aanleiding van een onderzoek
                            bij een peuterspeelzaal als bedoeld in artikel 5, schriftelijk vast in
                            een inspectierapport.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de bij of krachtens
                            artikel 2 en 3 gegeven voorschriften nniet zijn of zullen wroden
                            nageleefd, vermeld hij dat in het rapport.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alvorens het rapport vast te stellen, stelt de toezichthouder de houder
                            in de gelegenheid van het ontwerprapport kennis te nemen en daarover
                            zijn zienswijze kenbaar te maken. De toezichthouder vermeld de
                            zienswijze van de houder in een bijlage bij het rapport.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de houder
                            van de peuterspeelzaal, die een afschrift daarvan ter inzage legt op een
                            voor ouders en personeel toegankelijke plaats.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na
                            ontvangst openbaar.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De toezichthouder stelt burgemeester en wethouders in kennis van de
                            vaststelling van het rapport.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen artikel 2 en 3 buiten toepassing laten of
                        daarvan afwijken, voorzover toepassing gelet op het belang van kwalitatief
                        verantwoorde opvang voor kinderen in een peuterspeelzaal leidt tot een
                        onbillijkheid van overwegende aard. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Binnen twaalf maanden na inwerkingtreding van deze verordening voldoet de
                        houder van een peuterspeelzaal aan de voorschriften uit deze
                        verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Intrekking voorgaande regeling en inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Verordening kwaliteitsregels Peuterspeelzaalwerk (Bwz/04/029
                            vastgesteld door de raad op 14 december 2004) wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar
                            bekendmaking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ruimte- en
                        inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude
                        2010.</al></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr/><titel/></kop><al><vet>Algemene toelichting </vet></al><al/><al>Op <cursief><vet>1 augustus 2010 is</vet></cursief> de Wet kinderopvang en
                    kwaliteitseisen peuterspeelzalen (hierna: de Wet) in werking getreden. Het doel
                    van deze Wet is om jonge kinderen in peuterspeelzalen en kindercentra een veilig
                    en stimulerende omgeving te bieden<sup/>. <extref doc="#sdfootnote1sym"><sup>1</sup></extref></al><al/><al>Eén van de onderliggende doelstellingen van de nieuwe Wet is de regelgeving over
                    peuterspeelzalen te harmoniseren met de kinderdagopvang. Hierdoor ontstaat een
                    landelijk kwaliteitskader voor zowel de peuterspeelzalen als de kinderdagopvang
                    met minimum kwaliteitseisen. In de Wet zijn dan ook een aantal minimale eisen
                    voor de peuterspeelzalen vastgelegd en is tevens aan de minister de bevoegdheid
                    gegeven aanvullende regelgeving voor de kwaliteit in een Algemene maatregel van
                    Bestuur vast te leggen (AmvB). Van deze bevoegdheid is tot op heden geen gebruik
                    gemaakt omdat de partijen een convenant hebben afgesloten waarin de
                    kwaliteitseisen voor de houders van peuterspeelzalen nader zijn
                    uitgewerkt<sup/>. <extref doc="#sdfootnote2sym"><sup>2</sup></extref></al><al>De eisen in het convenant hebben als uitgangpunt gediend voor de Beleidsregels
                    kwaliteit peuterspeelzalen (hierna: Beleidsregels) van de minister van
                    Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).<sup/> Echter, in deze Beleidsregels zijn
                    geen eisen opgenomen ten aanzien van ruimte en inrichting van de
                    peuterspeelzalen. Bij het opstellen van de modelverordening ruimte- en
                    inrichtingseisen peuterspeelzalen is aangesloten bij het convenant en de
                    Beleidsregels kwaliteitseisen kinderopvang.<extref doc="#sdfootnote3sym"><sup>3</sup></extref></al><al>Het onderhavige model is in overleg met diverse deskundigen op het gebied van
                    peuterspeelzaalwerk en kinderopvang en de brancheorganisaties tot stand gekomen. </al><al/><al><cursief>Ruimte en inrichting</cursief></al><al>Kwalitatief verantwoorde opvang voor kinderen kan niet zonder het stellen van
                    kwaliteitseisen. Eisen inzake ruimte en inrichting vormen hier een essentieel
                    onderdeel van. De eerste levensjaren van een kind zijn belangrijk voor de
                    ontwikkeling van de cognitieve, de sociaal-emotionele en de motorische
                    vaardigheden. De opvoeding door de ouders legt daarvoor de basis, maar ook de
                    rest van de omgeving waarin het kind opgroeit is van belang. Veel kinderen
                    brengen enkele uren per dag door in peuterspeelzalen en andere kindercentra. Ze
                    moeten daar veilig kunnen spelen en voldoende ruimte hebben. </al><al/><al>Bestaande eisen over veiligheid en gezondheid die algemeen geldend zijn en
                    volgen uit andere wet- en regelgeving zoals bouwvoorschriften,
                    brandveiligheidsvoorschriften, eisen aan speeltoestellen, keukenhygiëne en
                    dergelijke. </al><al/><al><cursief>Toezicht</cursief></al><al>In dit hoofdstuk is het kader voor het toezicht beschreven. Op de handhaving,
                    zijn de algemene handhavingsbevoegdheden uit de Awb van toepassing. </al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2 Groepspeelruimte </vet></al><al>In dit artikel wordt bepaald dat voor elk kind 3,5m² netto oppervlak speelruimte
                    aanwezig moet zijn. Speelruimtes dienen passend te zijn ingericht voor spelen en
                    rusten. Bij de inrichting van de binnenruimte dient rekening te worden gehouden
                    met zowel het aantal kinderen dat van een ruimte gebruik maakt als de leeftijd
                    van de kinderen. Op basis van dit artikel dient elk kind ook daadwerkelijk over
                    minimaal 3,5m² netto speelruimte te kunnen beschikken. Het gaat daarbij om het
                    totale aantal vierkante meters die beschikbaar zijn in de groepsruimten. Dus de
                    lengte vermenigvuldigd met de breedte van de ruimtes waar de kinderen spelen. </al><al/><al>Daarnaast is de houder van een peuterspeelzaal gehouden aan de eisen die zijn
                    vastgelegd in het Bouwbesluit 2003. Het Bouwbesluit bevat bouwtechnische
                    voorschriften waaraan alle bouwwerken minimaal moeten voldoen. Peuterspeelzalen
                    vallen onder de categorie ’bijeenkomstfunctie voor kinderopvang’. De eisen uit
                    het Bouwbesluit hebben betrekking op veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid,
                    energiezuinigheid en milieu. </al><al/><al><vet>Artikel 3 Buitenspeelruimte</vet></al><al>Dit artikel geeft aan dat de buitenspeelruimte voor kinderen die gebruik maken
                    van de peuterspeelzaal aangrenzend aan de peuterspeelzaal dient te zijn
                    gesitueerd. Evenals de binnenruimte dient de buitenruimte voor spel geschikt te
                    zijn en ingericht in overeenstemming met de behoeften en mogelijkheden van de
                    kinderen. Ook voor de buitenspeelruimte geldt dat bij de inrichting rekening
                    dient te worden gehouden met het aantal kinderen en de leeftijd van de kinderen
                    die gebruik maken van de ruimte. De speelruimte bestaat per aanwezig kind uit
                    minimaal 3m² bruto oppervlakte. Met aanwezig kind wordt gedoeld op in de
                    peuterspeelzaal aanwezige kinderen, niet noodzakelijkerwijs buitenspelend. </al><al/><al><vet>Artikel 4 Aanwijzing toezichthouders</vet></al><al>Dit artikel maakt burgemeester en wethouders (hierna B&amp;W) verantwoordelijk
                    voor de naleving van deze verordening. B&amp;W wijzen de directeur van de GGD
                    aan als toezichthouder. Dit is in overeenstemming met het systeem van de wet. De
                    directeur van de GGD oefent aldus het toezicht uit onder het gezag van de
                    burgemeester en wethouders. Afdeling 5.2. van de Algemene wet bestuursrecht
                    bevat een algemene regeling van de bevoegdheden van toezichthouders, zoals het
                    recht op het betreden van plaatsen, op het vorderen van inlichtingen en het
                    inzien van schriftelijke stukken. </al><al/><al><vet>Artikel 5 Onderzoek door de toezichthouder</vet></al><al>In dit artikel worden drie soorten van onderzoek onderscheiden. In de eerste
                    plaats onderzoekt de toezichthouder naar aanleiding van een aanvraag voor de
                    exploitatie van een peuterspeelzaal of aan de voorschriften uit deze verordening
                    zal worden voldaan. Daarnaast voert de toezichthouder jaarlijks regulier
                    onderzoek uit bij bestaande peuterspeelzalen. Voorts beschikt de toezichthouder
                    op grond van lid 3 over de mogelijkheid om incidenteel onderzoek te verrichten
                    naar de naleving van de voorschriften uit deze verordening. </al><al/><al><vet>Artikel 6 Vastleggen onderzoeksresultaten </vet></al><al>De resultaten van het onderzoek uit artikel 5 worden door de toezichthouder
                    schriftelijk vastgelegd in een inspectierapport. De toezichthouder zendt het
                    inspectierapport aan de houder van de peuterspeelzaal. De houder zorgt er voor
                    dat zowel ouders van kinderen in de peuterspeelzaal als het personeel inzage
                    hebben in het inspectierapport van de toezichthouder. Uiterlijk 3 weken na
                    ontvangst maakt de toezichthouder het inspectierapport openbaar. Het ligt voor
                    de hand dat de toezichthouder voor de openbaarmaking een breed toegankelijk
                    medium kiest. Gedacht kan worden aan de mogelijkheden die het internet biedt.
                    Ingeval de toezichthouder constateert dat niet voldaan wordt aan de eisen ten
                    aanzien van de groepspeelruimte en de buitenspeelruimte dan geeft hij dit zo
                    snel mogelijk door aan B&amp;W. In de praktijk zal het veelal betekenen dat de
                    toezichthouder het inspectierapport naar de burgemeester en wethouders zendt. </al><al/><al><vet>Artikelen 7</vet></al><al>Het opnemen van een hardheidsclausule in deze verordening opent de mogelijkheid
                    voor burgemeester en wethouders om, in gevallen waarin toepassing van een
                    artikel van de verordening een onbillijkheid van overwegende aard zou opleveren,
                    artikel 2 en 3 buiten toepassing te laten of daarvan af te wijken. Het
                    afwijkende besluit van burgemeester en wethouders moet altijd binnen de
                    doelstellingen van de verordening passen. De toepassing van de hardheidsclausule
                    moet beperkt blijven tot individuele gevallen. Het gebruik van dit artikel is
                    slechts in uitzonderlijke gevallen mogelijk. </al><al/><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>De overgangsbepaling is opgenomen om houders van bestaande peuterspeelzalen de
                    tijd en gelegenheid te bieden om aan de voorschriften zoals gesteld in de
                    verordening te voldoen. Indien er binnen een gemeente al een verordening bestaat
                    met eisen aan ruimte- en inrichting van peuterspeelzalen, dan is het niet nodig
                    om deze overgangsbepaling op te nemen. </al><al/><al><vet>Artikel 9 en 10</vet></al><al>Deze bepalingen spreken voor zich. </al><al/><al><extref doc="#sdfootnote1anc">1</extref> Voorheen de Wet kinderopvang (zie
                    Staatsblad Pm). </al><al><extref doc="#sdfootnote2anc">2</extref> Verantwoord peuterspeelzaalwerk: een
                    eerste stap naar de toekomst, Convenant Kwaliteit peuterspeelzaalwerk d.d. 9
                    november 2009. </al><al><extref doc="#sdfootnote3anc">3</extref> Deze beleidsregels zijn in concept
                    gereed (mei 2010). </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>